Uitwisseling data en integratie werkprocessen steeds makkelijker

Uitwisseling data en integratie werkprocessen steeds makkelijker

De ontwikkeling van BIM en GIS bij ingenieursbureaus

Integrale projecten vragen om het koppelen en integreren van informatie. Tauw verbindt daarom BIM- en GIS-data aan elkaar. Het heeft veel voordelen. Ilona Kemeling is als senior adviseur werkzaam bij Tauw. Als specialist in digitale transformatie en datamanagement werkt zij samen met GIS- en BIM-specialisten en slaat zij de brug tussen techniek en praktijk in complexe datarijke projecten. In dit artikel binnen de reeks over BIM en GIS beantwoordt zij de vragen namens Tauw.

Door de redactie

Door technische integratie van BIM en GIS kan de projectmanager nu zelf locatie en ontwerp op elkaar afstemmen, dit is een voorbeeld van een AR-toepassing voor de provincie Utrecht. © Tauw.

GIS en BIM zijn vaak heel verschillende werelden, met een geo-afdeling aan de ene kant en een ontwerpafdeling aan de andere. Hoe knopen jullie BIM en GIS concreet aan elkaar? Welke stappen zijn er bijvoorbeeld genomen om data-uitwisseling mogelijk te maken? Hoe beïnvloedt het gebruik van BIM- en GIS-data de werkprocessen op de afdelingen en de algehele workflow van het bedrijf?
“Onze twee belangrijkste softwareleveranciers, Autodesk en Esri, werken sinds een paar jaar intensief samen. Dit maakt de uitwisseling van data en integratie van werkprocessen een stuk makkelijker. GIS- en BIM-specialisten vinden verschillende zaken belangrijk. Zo is voor onze GIS-mensen vooral de ruimtelijke projectie en schaalbare styling belangrijk, zodat meerdere datalagen zichtbaar over elkaar gelegd kunnen worden in 2D- of 3D-visualisaties. Voor onze BIM- en CAD-mensen is een hoog detailniveau en de verbinding tussen grafische objecten en de objectenbomen belangrijk. De integratie tussen de twee softwarepakketten maakt het mogelijk data uitwisselbaar te maken vanuit verschillende informatie-eisen. De integratie is op dit moment nog wat statisch. Er is dus specifieke gebruikersactie nodig om data te synchroniseren. In de toekomst wordt dit geoptimaliseerd en komt er een ‘live’ verbinding tussen beide werelden.”

Hoe zorgen jullie ervoor dat bij het samenbrengen van GIS en BIM datgene wat voor de GIS-afdeling een succes is, ook een winstpunt is voor de BIM-afdeling? Is een van de twee systemen leidend bij de integratie van beide, of juist niet?
“Waar er vroeger duidelijk sprake was van twee afdelingen, loopt dit bij ons nu meer in elkaar over. Ons ontwerpbureau is in staat zowel BIM- als GIS-functionaliteit toe te passen binnen het werkproces. Zo worden grotere ontwerpprojecten bijvoorbeeld altijd in 3D ontworpen met geografisch gerefereerde data. Tijdens de projectuitvoering werken wij vaak met een Gebiedsinformatiemodel, een GIM, waar ontwerpdata in een WebGIS-omgeving worden gedeeld.”
“Aan de andere kant laten we milieuadvies, dus GIS, ook meer aansluiten bij onze ontwerpafdeling door met 3D WebGIS en visualisatie te werken. Hierdoor is het mogelijk om relevante datalagen in de verschillende stadia zichtbaar te maken in onze conceptuele modellen en virtual-reality-visualisaties. Hiervoor zijn we gebruik gaan maken van game engines. Dat biedt nieuwe mogelijkheden om data te tonen en interactief te maken. Zo zijn complexe data beter te begrijpen. Daarbij laten we het product aansluiten op de behoefte, of die nu BIM- of GIS-gestuurd is.”

Verandert voor jullie het belang van BIM en GIS ook tijdens de verschillende fases van voorbereiding, ontwerp, bouw en beheer en heeft dat gevolgen voor de manier waarop jullie daar gebruik van maken?
“In de fases waar nog op macroniveau naar de situatie wordt gekeken, is de GIS-component vaak belangrijker. In de fases waar meer op microniveau wordt gekeken, verschuift dit naar de BIM-component. Soms wordt er nog te laat nagedacht over de uitwisseling van informatie tussen de verschillende fases. Bij Tauw zijn we actief bezig met informatiemanagement om deze overgang te verbeteren, zowel op onze eigen projecten als bij onze klanten en hun leveranciers. Hierbij gaan we uit van ISO19650, de Information management using building information modelling, en de Information Delivery Cycle, zoals beschreven in de PAS1192-2.”

Er zijn verschillende initiatieven voor de ontwikkeling van standaarden voor de data-uitwisseling tussen GIS en BIM. Wat zijn voor jullie dagelijkse praktijk de belangrijkste eigenschappen die een dergelijke standaard zou moeten hebben?
“Het belangrijkste is dat de data geografisch valide zijn. De coördinaten en projecties dienen dus correct te zijn. Daarnaast helpt het om vast te stellen wat veelgebruikte attributen zijn en daarop een basisschema voor uitwisseling vast te stellen. Ook is standaardisatie van endpoints, bijvoorbeeld API’s en webservices, van belang om uitwisseling te optimaliseren.”

“Recent heeft het BIM Loket de Basis ILS Infra geïntroduceerd waarbij, naast bovengenoemde punten, ook afspraken worden gemaakt over eenheden, lokaal nulpunt, naamgeving, status et cetera. Momenteel zijn we aan het onderzoeken hoe we onze interne afspraken kunnen aanpassen om bij deze standaard aan te sluiten.”

Met de combinatie van BIM- en GIS-informatie is het mogelijk om een digitale tweeling te maken van constructies. Waaraan moet deze volgens jullie voldoen en welke data moet deze minimaal bevatten om te kunnen spreken van een volwaardige digitale tweeling? En wat zijn jullie verwachtingen van het gebruik en de mogelijkheden van deze digitale tweelingen in de nabije en wat verdere toekomst?
“Vanuit GIS-perspectief zou het vooral handig zijn als een digitale tweeling geografisch gerefereerd is. Dit maakt het mogelijk met behulp van locatie te navigeren in de digitale tweeling. Het is dan bijvoorbeeld mogelijk om als gebruiker op een specifieke plek met een mobiele computer op de juiste plek in de digitale tweeling te stappen en op deze manier de op die locatie relevante informatie uit de digitale tweeling op te roepen. Daarnaast biedt geografische referentie mogelijkheden om andere datalagen die relevant zijn voor de bewuste locatie snel in te voeren. Bijvoorbeeld als er een overstromingsmodel of vogelvliegroute beschikbaar is, kan deze datalaag direct op de juiste plaats in de digitale tweeling ingevoerd worden.”

“Daarnaast is het belangrijk dat de digitale tweeling schaalbaar is en dat de schaal van de visualisatie bepaalt hoeveel details er zichtbaar zijn. Vanuit GIS-perspectief is het namelijk vaak belangrijk dat er in- en uitgezoomd kan worden, zonder dat je het overzicht verliest.”

“Door de groeiende toepassing van Internet of Things kan de beheerder van een object in de digitale tweeling realtime informatie raadplegen over het object. Op locatie zal deze informatie met technieken als Augmented Reality over het echte object geprojecteerd kunnen worden.”

Website Tauw

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Scroll naar top