Semantisch vs realistisch 3D-stadsmodel

21 januari 2019

Welk model vindt u het mooist?

Nee, de vraag ‘Welk model vindt u het mooist?’ is geen politiek incorrecte opmerking… De vraag gaat namelijk over 3D-stadsmodellen. Het lijkt erop dat er anno 2018 consensus is over het feit dat er twee modellen nodig zijn voor organisaties die alle use cases willen doen, die voor 3D-stadsmodellen te bedenken zijn. Dit artikel gaat over deze twee modellen: het semantisch model en het reality-model. 

Door Jan Blaauboer

Twee modellen, is dat er niet één te veel? Het antwoord daarop is ‘nee’ voor organisaties die alle use cases willen kunnen adresseren. Het is echter wel een heel valide vraag. Het onderhouden van twee modellen brengt namelijk aanzienlijk meer kosten met zich mee. Een organisatie dient ze niet alleen beide in te winnen en te creëren, maar moet ze ook alle twee onderhouden. Bovendien moet er goed worden nagedacht over de samenhang tussen de beide modellen. Welk model is leidend? Moet er een link zijn tussen de modellen? Dienen beide modellen voor iedereen toegankelijk te zijn? 

Helaas heb ik de antwoorden niet op deze vragen en ik denk ook dat er geen eenduidige antwoorden zijn. Veel hangt af van hoe een organisatie hier tegenaan kijkt en hoe groot de ‘honger’ naar informatie en natuurlijk het budget is. Ik wil hier echter wel graag een aantal overwegingen meegeven, of misschien ook overpeinzingen. Zelf begin ik graag met het kijken vanuit de gebruiker. Mensen die geen expert zijn in onze disciplines, geven veelal de voorkeur aan het reality-model. Inderdaad, omdat dit levensecht is. Als visualisatie en een goede gebruikerservaring belangrijk zijn, is het reality-model zeer waarschijnlijk het beste model. Weet u dat ook in deze modellen tegenwoordig analyses en classificaties mogelijk zijn? Het reality-model is niet langer uitsluitend alleen maar mooi!

BIM als bron
Experts geven vaak de voorkeur aan het semantisch model. Omdat dit model objectgeoriënteerd is, leent het zich uitstekend voor veel doeleinden. Het is in dit model ook relatief makkelijk om een bestaand object te vervangen door een nieuw object. Bijvoorbeeld: een oud gebouw wordt gesloopt en er komt een nieuw gebouw voor in de plaats. Uiteraard is er een BIM-model van dit nieuwe gebouw en alhoewel dit niet rechtstreeks te gebruiken is, kan het wel als bron worden genomen. Een belangrijke eigenschap van een BIM-model is dat het te veel details bezit en in een formaat bestaat dat niet direct past in een semantisch 3D-stadsmodel. Deze laatste modellen gebruiken veelal het CityGML-formaat, terwijl BIM-modellen veelal in het formaat van een specifieke softwareleverancier zijn opgebouwd. Er is echter een standaardformaat voor gebouwen, IFC, en voor zover ik weet ondersteunen alle BIM-softwareleveranciers dit formaat. Ook is er inmiddels software beschikbaar die een IFC-model kan ‘de-featuren’ en kan converteren naar een CityGML-model. En dus is in het semantisch model het oude gebouw in een paar eenvoudige stappen te vervangen door het nieuwe. Tenminste, indien u dit gebouw ook van de architect kunt losweken. Ervaring heeft mij geleerd dat dit laatste niet altijd even eenvoudig is. Niet geheel onbegrijpelijk, want uiteindelijk is zo’n gebouw in hoge mate het intellectueel eigendom van de architect…

Use it, lose it!
Wanneer een organisatie kan kiezen voor beide modellen, is het verstandig om ze apart van elkaar te laten bestaan. Met de huidige techniek is het niet makkelijk de modellen aan elkaar te linken. Wanneer ze gelinkt zijn, betekent dit dat beide modellen ook simultaan moeten worden onderhouden. Dit is technisch uiteraard wel goed mogelijk, maar het is een complexe aangelegenheid en zeker ook kostbaar.
Omdat dit onderwerp al langere tijd mijn aandacht heeft, wil ik graag het volgende idee delen. Gewoon als gedachte, met de vraag aan de lezer of hij hierin wat ziet. Dit alles gezien in het licht van de nu beschikbare technologie. Het leidend model is in mijn beleving het semantisch model. Het biedt veel mogelijkheden voor veel gebruikers, zeker voor de professionals. Het is minder geschikt voor disciplines die een groot belang hechten aan een levensecht beeld, wat bijvoorbeeld van belang kan zijn bij stedenbouwkundige ontwerpen. 

Een semantisch model: nuttig, duidelijk en logisch, maar minder begrijpelijk voor buitenstaanders. 

Het is prettig om belanghebbenden te kunnen tonen hoe de nieuwe situatie eruit gaat zien en hoe zich dit verhoudt met de bestaande omgeving. Vaak betreft dit echter maar een stukje van de gehele stad. Een mogelijke benadering kan dan zijn om een reality-model te maken van het betreffende stukje en dit na gebruik weg te gooien. Een benadering die ik ‘use it, lose it’ noem. Natuurlijk is weggooien zonde, maar alles bewaren is onmogelijk en misschien ook onzinnig. In de analoge tijd werden ook niet alle artist impressions bewaard. Bewaren heeft ook alleen maar zin als het ook up-to-date wordt gehouden. Daarom is mijn devies: Use it, lose it!

Een realistisch model: handig en makkelijk te begrijpen door niet-experts, maar niet geschikt voor alle toepassingen. 

Jan Blaauboer, zelfstandig GeoBIM-adviseur.

Comments are closed.