Met één leverancier lukt het niet…

28 mei 2019

Elk pakket zijn eigen specialiteit

Er doen een paar hardnekkige mythen de ronde rondom het thema Smart City. Bijvoorbeeld dat het voor een stad zonder Digital Twin van die stad onmogelijk is om een Smart City te zijn of te worden. Dat lijkt me flauwekul. Natuurlijk is een volledig model van een stad heel nuttig bij het uitvoeren van verschillende Smart City-taken, maar een absolute noodzaak is dit mijns inziens niet.

Door Jan Blaauboer 

Een onderdeel van het semantisch model van Utrecht – afbeelding van Esri.

 

Een ander fabeltje dat de ronde doet over Smart Cities: wie besluit een Digital Twin /3D-stadsmodel te gaan (laten) maken, kan dit realiseren met software van één enkele leverancier. Dat zou mooi zijn, maar helaas is dit ook een mythe. De traditionele leveranciers van CAD- en GIS-oplossingen hebben allemaal zo hun eigen specialisaties, dan wel aandachtsgebieden. De één heeft veel focus op GIS, de volgende op BIM en nummer drie gelooft dat reality modeling de oplossing is. De praktijk leert dat een combinatie van deze gereedschappen en meer nodig is voor het vervaardigen en beheren van het 3D-stadsmodel, de Digital Twin van de stad. Wie alle nu bekende use-cases voor een 3D-stadsmodel wil kunnen uitvoeren, heeft zowel een semantisch als een reality model nodig. De meeste use-cases maken daarbij overigens gebruik van de semantische variant en daarom is de eerste stap meestal dan ook het vervaardigen van het semantisch stadsmodel. 

Een semantisch model starten
Het maken van een semantisch stadsmodel is op verschillende manieren mogelijk. Ik geef enkele voorbeelden. Om te beginnen is een puntenwolk van een object te converteren naar een CityGML/LOD2-model van dat object, met behulp van de software die daar momenteel voor beschikbaar is. Een andere manier van werken bestaat eruit om te starten met de BGT en vervolgens de plattegronden van panden ‘uit te trekken’ tot 3D-gebouwen, bijvoorbeeld op basis van de hoogte-informatie die afkomstig is uit AHN3. Dit object kan vervolgens worden verrijkt met de juiste dakvorm, zodat ook in dit geval een LOD2-model ontstaat. Dit soort bewerkingen zijn bijvoorbeeld mogelijk binnen een CAD-omgeving. Ook zijn er verschillende marktpartijen die het creëren van LOD2-modellen uit puntenwolken als service aanbieden.

Een realistisch model van een deel van Helsinki.

 

Abstraheren en converteren
Van nieuwe objecten, bijvoorbeeld een brug of een gebouw, wordt tegenwoordig meestal een 3D-ontwerp gemaakt, met een CAD-programma. Dit ontwerp – het BIM-model – is te gedetailleerd om direct in het 3D-stadsmodel op te nemen. Ook is het BIM-model meestal gemaakt in een ander formaat dan het formaat van het 3D-stadsmodel. Een veelvoorkomende combinatie in de Nederlandse praktijk is dat het BIM-model gemaakt is met Autodesk Revit en het 3D-stadsmodel in het CityGML-formaat wordt opgeslagen. Er moet in dat geval dus zowel worden geabstraheerd als geconverteerd. Gelukkig zijn ook hier oplossingen voor. Vaak zijn dit echter tools die noch deel uitmaken van de standaard CAD-omgeving, noch van de standaard GIS-omgeving. 

Model-as-a-Service
Ik hoop dat deze bovenstaande opsomming voldoende illustreert wat ik bedoel met de titel van dit artikel. Uiteraard voegt dit de nodige complexiteit toe aan het proces en daarnaast de uiteenlopende kosten. Beide lopen met name op als een organisatie het 3D-stadsmodel in eigen beheer wil vervaardigen en beheren. Dat hoeft echter niet − en dan vervalt ook de titel van dit stuk. Een alternatief is namelijk dat het 3D-stadsmodel de deur uit wordt gedaan. (Sorry, lang geleden was een reclameslogan van wasserijen die hun klanten al geheel wilden ontzorgen: Doe de was de deur uit!) 
Er zijn allerlei marktpartijen die de benodigde diensten voor het maken van een 3D-stadsmodel kunnen leveren: zij maken, beheren en publiceren het model. Ik noem dit MaaS, inderdaad Model-as-a-Service. De gebruiker kan bij deze uitbesteding van de werkzaamheden natuurlijk vervolgens nog wel zelf het model wijzigen, objecten toevoegen en andere bewerkingen uitvoeren. De voordelen van MaaS mogen dan ook helder zijn: het is laagdrempelig, er kan direct mee worden gewerkt en de organisatie heeft slechts te maken met één dienstenleverancier. In dit geval lukt het dus wel met één leverancier. Een nadeel daarvan is echter wel dat u op deze wijze weinig tot geen eigen kennis opbouwt. De keus is aan u! 

Jan Blaauboer is zelfstandig GeoBIM-adviseur.

Comments are closed.