Doorvoeringen met liNear versie 20 voor Revit

Doorvoeringen met liNear versie 20 voor Revit

Uitwisseling mogelijk via BCF en IFC

Omdat BIM-gebaseerde processen steeds vaker voorkomen, is er een behoefte aan uniforme normen en standaarden voor de planning van sleuven en doorvoeringen. Platformonafhankelijke workflows en open documentatie- en archiveerprocessen zijn vaak alleen met behulp van moeizaam handwerk te realiseren, omdat de gebruikte programma’s meestal eigen, firmaspecifieke interfaces gebruiken. Daarmee voldoen ze niet aan de BIM-eis die een open uitwisseling van informatie voorschrijft en het exclusieve gebruik van eigen bestandsformaten als problematisch beschouwd. Onlangs is DIN SPEC 91391 in boekvorm verschenen met daarin de richtlijnen voor Common Data Environments (CDE) voor BIM-projecten. Hierin zijn de functionele eisen vastgelegd voor een gemeenschappelijke dataomgeving en daarbij wordt het gebruik aanbevolen van het door buildingSMART ontwikkelde BIM Collaboration Format (BCF) vanaf versie 2.x.

Door de redactie

Planning van doorvoeringen in liNear Desktop voor Revit. 

BCF-Workflow
De onlangs uitgebrachte versie 20 van liNear Solutions voor Revit heeft de uitdaging aangenomen om een toekomstbestendige oplossing te bieden. Met behulp van speciale constructietools wordt een BCF-gebaseerde workflow voor de planning van sleuven en doorvoeringen mogelijk gemaakt. Dit zorgt voor een open processtructuur en maakt doorvoerplanning en -goedkeuring over meerdere disciplines mogelijk.
De doelstelling bij de ontwikkeling van de software was dat de samenwerking met andere ontwerppakketten geen problemen zouden opleveren voor de Revit-gebruiker. Dit is mogelijk in versie 20 van liNear Solutions, omdat de software te exporteren BCF-bestanden aanvult met zogenaamde snippet-uitbreidingen. Deze laatste bevatten alle geometrische informatie voor het aanmaken van daadwerkelijke doorvoeringen.

Geïntegreerde BCF-compatibele verslagen en taken in liNear Desktop voor Revit. 

Constructie en export
De gebruiker maakt eerst een planning aan binnen de liNear-oplossing met speciaal daarvoor ontwikkelde constructietools. Deze bieden de mogelijkheid om bestaande conflicten op te lossen, doorvoervoorstellen met gegeven afstanden aan te brengen en deze eventueel te verbinden. Wanneer vervolgens de planning als BCF is geëxporteerd, biedt het geïntegreerde invoerdomein ‘Verslagen en Taken’ in liNear de mogelijkheid om individuele doorvoervoorstellen te verrijken met extra informatie, zoals commentaren en screenshots.
De kosteloze tool liNear Void Manager maakt een directe classificatie van voorstellen en de aanmaak van doorvoeringen in een Revit-architectuurmodel mogelijk. Daarbij wordt de in de BIM-snippets opgeslagen informatie geëvalueerd. De maker heeft voor de communicatie dus alleen een BCF-bestand nodig.

IFC-Workflow
Wie niet over een Revit-model beschikt, maar met een IFC-model werkt uit een ander pakket, kan ervoor kiezen om naast het BCF-bestand een eigen IFC-model te exporteren. Hierbij wordt de gebruiker geholpen door de export-optie van liNear, die automatisch de benodigde instellingen aan de hand van de IFC-specificatie kiest. Wanneer er speciale wensen zijn, bijvoorbeeld de export van extra eigenschappensets (Psets), dan is het natuurlijk te allen tijde mogelijk om zelf instellingen voor de IFC-export uit Revit te kiezen. De door de liNear-software toegekende parameters zijn hierbij met behulp van het geïntegreerde parameterbeheer eenvoudig te herdefiniëren.

linear
Controleren, classificeren en aanmaken van doorvoeringen met de Add-In liNear Void Manager.

Classificatie importeren
Wanneer de controle van de doorvoervoorstellen heeft plaatsgevonden, is het logisch om het TGA-model met het geactualiseerde BCF-bestand te coördineren. In dit proces stemt de gebruiker de status van de doorvoervoorstellen af aan de hand van de classificatie-informatie. In de plattegrond wordt dit proces door een kleurcodering verduidelijkt.

linear
Het bijeenbrengen van de geëxporteerde BCF- en IFC-bestanden, hier met BIMCollab ZOOM.

Volgens een stoplichtsysteem worden geaccepteerde voorstellen groen en afgewezen voorstellen rood. Op de verschillende categorieën kan via de schermweergavebesturing gericht worden in- en uitgezoomd. Dit maakt het mogelijk om na een geslaagde coördinatie met het bouwwerkmodel later ook van de al gerealiseerde planningsprestatie te profiteren. Zo is bijvoorbeeld de informatie over afgewezen doorvoervoorstellen ook later nog van nut, wanneer wijzigingen aan de systemen moeten worden uitgevoerd.

linear
Kleurcodering van geaccepteerde en afgewezen doorvoervoorstellen.

In afgewezen regio’s blijft een vergunning voor bouwmatige ingrepen ook in het verdere verloop van het project onwaarschijnlijk. Het bespaart dus in sommige gevallen kostbare tijd, wanneer de ontwerper direct probeert een alternatieve leidingloop te vinden. Ook biedt het meenemen van geaccepteerde doorvoervoorstellen de mogelijkheid om de deelmodellen achteraf te controleren en mogelijkerwijs overbodig geworden doorvoeringen op te sporen.

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Scroll naar top