Inspecties moeten en kunnen beter

Inspecties moeten en kunnen beter

Herziene CROW-CUR Aanbeveling 117

Je kunt in Nederland personen of goederen nauwelijks van A naar B vervoeren zonder gebruik te moeten maken van een brug, viaduct, sluis of ander civiel kunstwerk. Het is dus van het grootste belang dat deze kunstwerken goed functioneren; de sluiting van de Merwedebrug in 2016 naar aanleiding van haarscheuren had zeer vervelende consequenties voor de 95 duizend dagelijkse gebruikers. Inspectie is dus een eerste vereiste, en we vertrouwen er allemaal op dat dat afdoende gebeurt. Als een deskundige beweert dat het inspectieresultaat een faalkans van bijna vijftig procent heeft, maakt dat ons dan ook nieuwsgierig.

Door Rob Sman

‘CUR-Aanbeveling 117: Inspectie en advies civiele kunstwerken’ is geschreven door Maurice Reusen en wordt uitgegeven door CROW.

Maurice Reusen is consultant assetmanagement bij Delta Pi, en zet zijn kennis van onder meer civiele techniek en risicoanalyse ook in bij deelname aan diverse kennisplatforms en overleggroepen. Hij was degene die stelde dat inspecteurs een faalkans van bijna vijftig procent hebben. Reusen deed dat tijdens een van de Brugdialogen: een serie gesprekken die gericht zijn op het betrekken van een grote groep mensen bij het voeren van een dialoog over de ontwikkelingen op het gebied van kunstwerken, in het bijzonder bruggen. Het initiatief voor de Brugdialogen is genomen door de Bouwagenda, in samenwerking met De Bouwcampus, de Nederlandse

Bruggenstichting, CROW en Platform WOW. Een dergelijke opsomming van samenwerkende organisaties illustreert de in de bouwwereld aanwezige wil tot onderling overleg, samenwerking en kennisontwikkeling. Reusen weet veel over inspecties en is de schrijver in opdracht van CROW van de door CROW uitgegeven ´CUR-Aanbeveling 117: Inspectie en advies civiele kunstwerken´, een leidraad voor het systematisch uitvoeren van inspecties en uitbrengen van advies. Er is enige samenhang tussen de aangehaalde uitspraak en het verschijnen van een herziene versie van CUR-Aanbeveling 117.

Collectieve kennis gebundeld
Reusen legt uit wat deze CUR-Aanbeveling 117 inhoudt en vertelt over de geschiedenis ervan. “Er is een enorme diversiteit aan kunstwerken en hun functies; een sluis bijvoorbeeld heeft een peilregulerende- en/of scheepvaartfunctie en bruggen zijn bedoeld voor het kruisen van wegverkeer met water. Daarbuiten is er ook nog sprake van uiteenlopende materialen; denk aan bruggen van staal, hout, metselwerk of beton, en zijn er aandachtvragende elementen zoals voegovergangen en opleggingen. Ook is er bij beweegbare objecten nog sprake van installaties en bewegingswerken, zodat het duidelijk zal zijn dat dit allemaal veel kennis vergt van inspecteurs. Dankzij samenwerking in de branche is de collectieve kennis gebundeld in een aantal inspectiehandboeken, waarin de voor een specifiek schademechanisme vereiste kennis is gebundeld die inspecteurs en adviseurs ‘in de vingers’ zouden moeten hebben. Dit boek gaat bijvoorbeeld specifiek over voegovergangen. De CUR-Aanbeveling 117 overkoepelt als het ware de inspectiehandboeken met richtlijnen die eraan bijdragen dat er heel duidelijke afspraken tussen

opdrachtgevers en opdrachtnemers tot stand kunnen komen, en die opdrachtgevers ook in staat stellen de juiste uitvraag te doen en die ook helder te formuleren. De richtlijnen betreffen niet alleen de inspectie zelf maar ook de rapportage en het advies en eventueel nader onderzoek. Het initiatief voor de aanbeveling werd in 2013 genomen door SBRCURnet. Omdat het destijds mijn idee was om de techniek, die wordt vastgelegd in de inspectiehandboeken, los te koppelen van het proces dat in de Aanbeveling is vastgelegd, mocht ik dat ook uitwerken. In 2015 werd de eerste versie van CUR-Aanbeveling 117 uitgegeven en zag ook het Handboek Inspectie Staal het levenslicht. We wisten toen natuurlijk al dat er ook voor beton, hout, metselwerk, opleggingen, voegovergangen en installaties handboeken moesten komen. Dat vergt echter wel het nodige werk; de handboeken voor hout en installaties verschijnen dit najaar. Toch is het al met al een heel mooi resultaat dat we zo de kennis van de branche, opdrachtgevers en opdrachtnemers hebben kunnen bundelen; tot beider voordeel!”

Serieuze berekening
Ondanks alle beschikbare hulpmiddelen is er blijkbaar nog een grote kans dat inspectie tot een onbetrouwbaar resultaat leidt? “Het percentage dat ik heb genoemd is 49, maar ‘bijna 50’ of ‘de helft’ klinkt even hanteerbaarder. Die 49 procent is echter wel een indicatie dat ik niet zomaar wat roep, maar dat dit de uitkomst is van een serieuze berekening. Het is de uitkomst van een zogeheten foutenboomanalyse, gebaseerd op de taken die de inspecteur in het veld uitvoert.
Daarbij zijn een aantal ‘bedreigingen’ opgenomen die het werken van de inspecteur verstoren of negatief beïnvloeden, wat kan leiden tot het maken van fouten zoals het foute aflezen of een foute inschatting. Voor de hand liggende voorbeelden van externe invloeden zijn verkeersdrukte, het weer of seizoen of het tijdstip van de dag. Op de achtergrond kunnen dan ook nog zaken meespelen als tijdsdruk, die zowel kan zijn opgelegd door de opdrachtgever, of die het gevolg kan zijn van een offerte op laagste prijs. Ten slotte noem ik nog gewoontegedrag van de inspecteur in kwestie. Het is niet echt relevant om nu de gehele techniek of methode van berekenen uit te leggen, maar de uitkomst van 49 procent is verontrustend. Tenslotte wordt de rapportage en het advies opgemaakt aan de hand van de inspectiebevindingen. Onjuist, onvolledig of onbetrouwbaar is daarbij altijd ongunstig: het resultaat kan zijn dat er onnodige kosten gaan worden gemaakt voor een niet noodzakelijk herstel of vervanging, en dat anderzijds een potentieel risicovolle situatie niet wordt onderkend. In beide gevallen kunnen de financiële en maatschappelijke consequenties groot zijn. Er komt met het verouderen van de infrastructuur in toenemende mate een vervangingsopgave op ons af. Als we die curve willen afvlakken, is het nodig tot een verlaging van de faalkans op onbetrouwbaar inspectieresultaat te komen, en op basis daarvan de juiste beslissingen te nemen.”

Pragmatische conclusie
Reusen is ook wel enigszins relativerend ten aanzien van zijn berekening. “Het zou ook mogelijk zijn om andere factoren te laten meewegen in het model, of om een andere methode te gebruiken. Ik ben er echter zeker van dat ook bij dergelijke varianten een ontoelaatbaar hoge faalkans zal worden vastgesteld. Een bevriende hoogleraar van de UT opperde om de bevindingen eens te toetsen door een aantal inspecteurs hetzelfde object te laten inspecteren; we waren het er echter gauw over eens dat dat moeilijk uitvoerbaar zou zijn en kiezen ook daar voor een pragmatischer conclusie.”
Moeten we dan de huidige stand van zaken maar accepteren? “Nee, beslist niet”, stelt Reusen. “Met betrekking tot de Handboeken

Inspectie heb ik een aantal maatregelen voorgesteld die de faalkans tot elf procent zouden kunnen terugbrengen. Zaken als checklists en foto’s bijvoorbeeld, waarbij ik ook veel verwacht van ontwikkelingen op het gebied van inspecties door drones en beeldverwerking met AI. Voor wat betreft de CUR-Aanbeveling 117; dezer dagen verschijnt een aangepaste versie. We hebben in de afgelopen jaren het nodige bijgeleerd, en dat in de nieuwe uitgave verwerkt. Het is mijns inziens belangrijk steeds meer aan kwaliteit te hechten dan aan prijs. Ik ben er heilig van overtuigd dat in Nederland de wil tot samenwerken tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers groot genoeg is om als partners zowel elkaars als het maatschappelijk belang te dienen, ook als dat allemaal niet direct in geldbedragen kan worden uitgedrukt.”

Website CROW

Website Delta-Pi

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Scroll naar top