Geospatial Knowledge Infrastructure

Geospatial Knowledge Infrastructure

Internationale doorontwikkeling SDI’s

Het is alweer enkele jaren geleden sinds er voor het eerst werd gesproken over geo-informatie-infrastructuren. Er is intussen veel gebeurd. Zo hebben cloud computing, mobiel werken en Internet of Things (IoT) geleid tot een data-explosie. 

Door Remco Takken

Elementen en principes van de Geospatial Knowledge Infrastructure raken verschillende andere aspecten van onze moderne maatschappij. Het is de kunst ze met elkaar te verbinden.

Aangezien verreweg de meeste datasets een ruimtelijke component kennen, omvat een goede data-infrastructuur ook een geodata-infrastructuur. De daarin gevatte geo-informatie is niets anders dan een digitale versie van onze wereld. De geodata worden gepresenteerd in vele vormen en media, met kaarten, satellietbeelden en luchtfoto’s als bekendste ondergronden. Alle menselijke, economische en ecologische activiteiten worden hier gepresenteerd en gevisualiseerd. Zulke georuimtelijke gegevens vormen de cruciale ‘waar-’ of ‘locatie’-component voor gegevens of systemen. Zonder is een digitale economie niet meer denkbaar. Geodata dienen echter niet alleen als ondersteuning van een bredere infrastructuur. De betekenis van ‘plaats’ is door onze verre voorouders al erkend. Kaarten worden immers al eeuwenlang gebruikt voor defensie, handel, navigatie, land- en hulpbronnenbeheer, infrastructuurplanning en administratie. Mensen nemen beslissingen op basis van de kennis van de omgeving die door kaarten wordt geleverd. Hoe beter de kaarten, hoe beter de kwaliteit van de genomen beslissingen.

Een Geospatial Knowledge Infrastructure verbindt locatie, hedendaagse digitalisering (‘4th Industrial Revolution’) en kunstmatige intelligentie met elkaar.

Data-ecosystemen
De gestaag groeiende digitale gegevensberg bestaat grotendeels uit transacties, logs, records, social media, audio en video. Elke dag worden hieraan nieuwe gegevensbronnen toegevoegd. Het heeft geresulteerd in waardevolle data-ecosystemen voor zowel overheden als bedrijven. De beschikbaarheid van zulke grote hoeveelheden data heeft zelfs geleid tot een op zichzelf staande data-economie. Deze gedijt op analyses en waarde afgeleid van al die databronnen. Zo’n data-economie wordt ondersteund door een digitale infrastructuur die zorgt voor naadloze opslag en de uitwisseling van gegevens. De stapsgewijze verandering van het huidige geo-informatiemanagement valt samen met een veranderende productie-economie, de explosie van brongegevens in combinatie met machine-intelligentie, analyse en gebruikerstoepassingen. Hoe zorgen we ervoor dat onze oplossingen van morgen ook over tien jaar nog van nut zijn?
We weten welke kant het op gaat. Het is eerder beschreven. We leven in een wereld van kennis on-demand, van realtime sensor-, crowd- en socialmediagegevens, van voorspellende analyses, wereldwijde netwerken, het Internet of Things, robotica en nieuwe bedrijfsmodellen.

Ruimtelijke component
De gevestigde geosector staat momenteel voor de uitdaging om met de tijd mee te gaan, waarbij andere sectoren het initiatief lijken te nemen. De overzichtelijke dagen van weleer liggen inmiddels achter ons. In de late 20e en vroege 21e eeuw kon de sector in alle rust hun al dan niet landelijk uitgerolde ‘Spatial Data Infrastructures’ (SDI’s) opbouwen. Ze ondersteunden de traditionele GIS-gebruikers in het opbouwen van hun datasets. ‘Geospatial’ is intussen een onderdeel geworden van een enorme, nog steeds groeiende digitale wereld. Toepassingen in de detailhandel, mobiliteit en logistiek zijn grotendeels buiten de traditionele geosector ontwikkeld. Ze omvatten minutieus doorontwikkelde gebruikersbehoeften, naadloze connectiviteit en tal van mogelijkheden voor analyses. Innovatieve geobedrijven die slechts aan enkele zeer gespecialiseerde, maar tegelijkertijd breed gebruikte use-cases voldoen zijn nu de norm. Ze voldoen daarbij als vanzelfsprekend aan de hoge verwachtingen van de eindgebruiker.

Geospatial Knowledge Infrastructure
Sinds januari jongstleden loopt er een project dat is gericht op het bevorderen van een Geospatial Knowledge Infrastructure (GKI). Zo’n nieuwe structuur moet toepasbaar zijn bij vraagstukken in onze wereldeconomie, maatschappelijke uitdagingen en ons milieu. Het internationale mediabedrijf Geospatial Media werkt hierin samen met de United Nations Statistics Division (UNSD). Zij willen een samenwerkingsbenadering ontwikkelen waarin de waardepropositie van georuimtelijke kennis wordt uitgewerkt. Een eerste discussie-document verscheen deze zomer. Daarin staan definities, doelstellingen en wordt de toepasbaarheid afgebakend.
Een GKI streeft in de eerste plaats naar een georuimtelijke dimensie voor het bredere digitale ecosysteem, waarbij geolocatie, georuimtelijke informatie, expertise, technologieën en analyses worden geïntegreerd. Kennis voor de besluitvorming van mens en machine, van bekende kwaliteit, zal worden gecreëerd door middel van applicaties, analyses en modellen op een georuimtelijk gereedgemaakte web- en cloudinfrastructuur. Het bouwt voort op gegevens, GIS, NSDI’s en de recente UN GGIM IGIF. Gericht op gebruikers, moet het overheden, industrie, wetenschap en burgers helpen om een digitale economie en samenleving op te bouwen die kennis en automatisering kan omarmen.

De componenten van het Geospatial Knowledge Infrastructure-principe zijn gebaseerd op het Integrated Geospatial Information Framework (IGIF) van de Verenigde Naties.

Samenwerking 
In een uitgebreid webinar op 8 juli 2020 kwam het woord ‘samenwerking’ bovendrijven bij de discussie over wat de focus moest zijn van een GKI. Er werd duidelijk vastgesteld dat overheden, industrie, de academische wereld, burgers en gebruikers allemaal actief moeten deelnemen om het gebruik van geodata, informatie en kennis te vergroten en zo de voorwaarden te scheppen voor evidence-based beslissingen. Zoals Paul Janssen, geo-standaardisatie expert bij Geonovum opmerkte: “Een GKI is veel te groot om door enkelingen te worden verwezenlijkt. Er is samenwerking nodig op mondiaal niveau. Verbinding moet plaatsvinden op alle geografische niveaus. Het moet lokaal gebeuren, maar ook nationaal en internationaal. De geo-gemeenschap moet daarvoor naar buiten kijken. We doen dit al enigszins en we moeten het meer gaan doen als we een GKI willen realiseren.”
Partnerschappen zijn echter ‘moeilijk’ en hebben een gemeenschappelijk doel nodig. Het afleiden van kennis en waarde uit de integratie van analysemethodes en het bestuderen van eventuele verstoringen door nieuwe technologieën te integreren, zijn twee van dergelijke doelen.

Digitale valuta
Het wordt om te beginnen tijd om geo-informatie te erkennen als een van de ‘digitale valuta’ van een land voor evidence-based besluitvorming. Wat dat betreft is Nederland een rijk land. Als cruciaal onderdeel van de nationale infrastructuur en kenniseconomie, biedt ons geo-netwerk een blauwdruk van wat ons land te bieden heeft.
Nederland staat hierin natuurlijk niet alleen. Alle regeringen, zowel op nationaal als op lokaal niveau, beschikken over aanzienlijke hoeveelheden geo-informatie en locatiegegevens. Denk bijvoorbeeld aan databases van scholen en schoolprestaties, overstromingsrisicogegevens of gegevens over het bezit van mobiele telefoons. Deze informatie is echter vaak niet actueel of van voldoende kwaliteit voor effectieve besluitvorming. Een land moet ‘ingeschakeld’ staan en ook daadwerkelijk een breed scala aan gegevens delen, integreren en gebruiken om sociale, economische en ecologische voordelen te behalen. Deze voordelen strekken zich uit over overheden, bedrijven en burgers, en van nationaal tot provinciaal niveau naar steden en kleinere gemeenschappen.

Remco Takken remco.takken@wgicouncil.org is associate director partnerships & industry engagement bij het World Geospatial Industry Council.

Website UN-GGIM

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Scroll naar top