Geo-ICT groeit en bloeit aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Geo-ICT groeit en bloeit aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Drie keer onder de loep


De Vrije Universiteit in Amsterdam (VU) heeft diverse mogelijkheden waar studenten in meer of mindere mate te maken krijgen met geo-ICT. In volgorde van geo-intensiteit zijn dat onder andere de bacheloropleiding Aarde, Economie en Duurzaamheid, de Geo Information Minor en de UNIGIS Master. BIGnieuws sprak met verschillende VU-medewerkers over de opzet van dit onderwijs.

Door Lambert-Jan Koops

Tijdens de Geo Information Minor krijgen studenten de opdracht om een leefbaarheidsatlas te maken voor de gemeente Amsterdam. In deze afbeelding de poster van Ricardo Maldonado Sevilla, Rebekka Sterkenburg en Linda Vester.

“We zien een toenemend aanbod van digitale ruimtelijke data en ook een toenemende toepassing daarvan binnen de bachelor Aarde, Economie en Duurzaamheid”, vertelt Jasper van Vliet, opleidingsdirecteur bacheloropleiding Aarde, Economie en Duurzaamheid. “Als opleiding spelen we hierop in door verschillende aspecten van geo-ICT in ons curriculum op te nemen, zoals GIS, Aardobservatie/Remote Sensing, maar ook Big Data, een vak dat we onlangs hebben geïntroduceerd. Het doel hiervan is niet primair het opleiden van de geo-ICT-professionals van de toekomst, maar we vinden het wel belangrijk dat de duurzaamheidsprofessionals in dit gebied hier voldoende kennis over opbouwen. Daarnaast vormen deze vakken een mooie manier om studenten hiervoor te interesseren, en ze vervolgens te wijzen op verdere mogelijkheden in de vorm van de Geo Information Minor of zelfs een master in deze richting.”
Dat laatste wordt beaamd door Maurice de Kleijn, docent en coördinator van de Geo Information Minor. “Aarde, Economie en Duurzaamheid is een goed voorbeeld van een richting waarin geo-ICT heel snel steeds belangrijker wordt en we zien dan ook dat relatief veel studenten vanuit deze studie instromen in de Geo Information Minor. In deze minor zijn geo-ICT, geodata en ruimtelijke analyse zo alom aanwezig, dat het eigenlijk een heel logische keuze is voor studenten om zich daarin te specialiseren.”

Geo Information Minor
Studenten kunnen ook kiezen voor de Geo Information Minor die de Amsterdamse universiteit organiseert in nauwe samenwerking met de Universiteit van Utrecht. Een minor biedt studenten de mogelijkheid zich tijdens hun bacheloropleiding te verdiepen in een bepaald vakgebied. “Deze Geo Information Minor is negen jaar geleden gestart en staat open voor alle disciplines”, vertelt collega-docent Eric Koomen. “Voor deze minor melden zich dan ook studenten aan vanuit verschillende richtingen, variërend van Sociale Geografie; Aarde, Economie en Duurzaamheid; Economie; Planologie; Archeologie; Hydrologie en Fysische Geografie. De minor is gericht op studie voor wie de ruimtelijke dimensie belangrijk is, maar waar het verzamelen, analyseren en visualiseren van ruimtelijke data niet zo bekend is.”
“In deze minor zijn we dus vooral met de klassieke GIS-aspecten en software bezig en ligt de nadruk op de betekenis voor onderzoek. Desalniettemin nemen we in deze minor mee dat het domein van de Geographic Information Science zich steeds meer ontwikkelt in de richting van de Data Science. Wij bereiden onze studenten daarop voor door ze te leren omgaan met scripting talen als Python en ze te laten werken met API´s om zo live data te laten uitmeten. Daarnaast komen ook 3D GIS-technieken aan bod in ons programma. Ook zoeken we nadrukkelijk de connectie met de praktijk. Zo hebben we een workshop georganiseerd rondom de Basis Registratie Ondergrond in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Rijkswaterstaat en de gemeente Utrecht.”
Interessant is dat de stages vanuit de Geo Information Minor op zeer uiteenlopende plekken worden gevolgd. Een extra teken dat geo-ICT werkelijk overal opduikt, zo merkt De Kleijn op: “We hebben studenten die bij de traditionele partijen terechtkomen, zoals een typisch geobedrijf als Geodan, een ingenieursbureau, een waterschap, een gemeente of een provincie, maar ook kunnen ze net zo goed aan de slag bij een AI-ontwikkelaar, zoals Bolesian AI, die diensten wil gaan aanbieden binnen de geosector. Ik denk dat dit een goede zaak is voor zowel de studenten als het vakgebied en ik stimuleer de brede plaatsing van studenten dan ook actief. Ook voor de instanties die een stageplek creëren is het al snel interessant: een goed geïnstrueerde student die verstand heeft van GIS en Python onder de knie heeft, kan al snel een waardevolle bijdrage leveren bij het verwerken van data.”

Studenten van de opleiding Aarde, Economie en Duurzaamheid zetten tijdens veldwerk in Oostenrijk mobiele GIS-systemen in voor het registreren van biodiversiteitsmetingen.

Concepten doorgronden
Voor de UNIGIS/Geographic Information Sciences Master van de VU geldt dat deze al ruim twintig jaar distance learning postgraduate training aanbiedt aan professionals die beter in staat willen zijn om actuele ruimtelijke vraagstukken in hun werkveld aan te pakken. De UNIGIS Master is al vanaf het begin volledig ingericht als afstandsonderwijs, trekt studenten vanuit de hele wereld en is een typische mid-career opleiding, zo stelt Niels van Manen, docent/onderzoeker aan de VU en programmacoördinator UNIGIS. “Professionals die zich melden bij onze opleiding beschikken vaak al over een flink arsenaal aan technische skills. Met de opkomst van Data Science willen ze vaak voor een deel hun technische knowhow uitbreiden, vooral op het gebied van programmeren, maar belangrijker is nog dat zij de concepten en methoden achter de techniek willen doorgronden. Daarmee wordt het komen tot een GIS-oplossing minder iets van trial and error en meer een gedegen keuze voor het combineren van technieken.”
Die kritische, academische houding ten aanzien van data en analyse en visualisatietechnieken en het slim combineren van GIS-technieken staan in de UNIGIS-opleiding centraal. “De relatie met de behoeftes uit het werkveld maken we heel expliciet”, vervolgt Van Manen. “Ieder vak start met de vraag wat de student als professional wil bereiken, door de leerdoelen van het vak te vertalen in een persoonlijke leerbehoefte. Na tien weken sluiten we af met een terugblik: wat gaat iemand doen met de kennis die hij of zij heeft opgedaan, welke potentie heeft dit in het werkveld, hoe zal iemand in het vervolg van de opleiding (en in het dagelijkse werk) aan de slag gaan met de opgedane vaardigheden? Daarnaast krijgt iedere student een coach vanuit de opleiding om met regelmaat te praten over de wisselwerking tussen studie en werkveld.”
Het eind van het tweede jaar van de driejarige opleiding wordt afgesloten met een zogenaamde Capstone, waarin iedere student de balans opmaakt en op basis daarvan beslist hoe hij of zij verder wil. “Wat zijn belangrijke trends in mijn werkveld, hoe gekwalificeerd ben ik nu om in deze trends een voortrekkersrol te gaan spelen, en aan welke skills of kennisvelden ga ik de komende jaren werken om mijzelf verder te bekwamen, zijn voorbeelden van vragen die de studenten zichzelf moeten stellen”, zo licht Van Manen toe.

Toenemende instroom
De VU biedt dus op verschillende niveaus de mogelijkheid voor studenten om met geo-ICT kennis te maken of zich daar verder in te specialiseren. Dat zal voorlopig ook zeker zo blijven, want de toekomst van de opleidingen ziet er zonnig uit, zo meent De Kleijn. “De instroom van studenten neemt langzaam maar zeker toe. Als we kijken naar de Geo Information Minor zien we dat we van de twintig tot dertig studenten per jaar in het verleden, langzaam gegroeid zijn naar de vijftig. Al met al denk ik dan ook dat we als VU de komende jaren het vakgebied goed zullen kunnen ondersteunen met zowel opleidingen als onderzoek.”

Website VU – Bachelor Aarde, Economie en Duurzaamheid

Website GI Minor

Website Geographical Information Sciences (UNIGIS)

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Scroll naar top