GBI ondersteunt de opgaven voor de openbare ruimte

3 juni 2019

Focus op uitwisseling en samenwerking

Er is veel veranderd in de manier waarop er tegenwoordig gedacht wordt over het beheer van de openbare ruimte. Het draait niet langer om het onderhoud van afzonderlijke objecten en systemen, maar veel meer om een geïntegreerde aanpak, waarbij de openbare ruimte meerdere doelen ineen kan dienen. Dit heeft uiteraard ook gevolgen voor de ontwikkeling van beheersoftware, zoals het GBIbeheersysteem van Antea Group. 

Door Lambert-Jan Koops

Iepe Soet, adviesgroepmanager GBI bij Antea Group: “Tegenwoordig gaat het bij het beheer van de openbare ruimte over de opgave die de beheerder heeft gekregen van de bestuurders.”

 

Elke derde donderdag in maart vindt de GBIdag plaats, waarbij gebruikers van de software en partners van Antea Group bij elkaar komen en informatie uitwisselen over beheer, data & informatie en GBI. 
Een belangrijke dag zo stelt Iepe Soet, adviesgroepmanager GBI bij Antea Group. Niet alleen omdat deze dag de altijd zeer actieve leden van de GVAG (gebruikersvereniging) met elkaar in contact laat komen, maar ook omdat hier de ideeën voor de ontwikkeling van de software worden besproken met de eindgebruikers. “De dag is voor ons een bevestiging dat de ontwikkeling van GBI iets is waar iedereen een bijdrage aan levert, zowel Antea Group als haar partners als de eindgebruikers. Een groep van gemotiveerde deelnemers die samen willen werken. De hoge opkomst op de dag is dan ook een bevestiging van het idee dat we de goede richting op gaan met de software.” 

Assets
GBI kent een lange geschiedenis, aangezien Antea Group al in 1983 is begonnen met het ontwikkelen van een beheersysteem. “In beginjaren was dit systeem vooral gericht op het vastleggen van de assets van de eigen organisatie”, zo vertelt Soet. “Het ging er in eerste instantie om dat in kaart kon worden gebracht wat er zoal aanwezig was en waar het zich ongeveer bevond. Later werd de software ook door derden gebruikt en werden er functies aan toegevoegd voor het plannen van onderhoud en het maken van kostenoverzichten. Vervolgens bedachten de beheerders van de openbare ruimte dat ze voor de burgers aan het werk waren en kwam de focus te liggen op schoon, heel en veilig. Tegenwoordig gaat het bij het beheer van de openbare ruimte dan ook al lang niet meer om het onderhoud van losstaande onderdelen, maar over de opgave die de beheerder heeft gekregen van de bestuurders. Daarbij gaat het er dus niet om dat de openbare ruimte wordt onderhouden en behouden, maar juist dat deze wordt aangepast. 

Die aanpassingen spelen dan in op belangrijke hedendaagse thema’s en maken de openbare ruimte geschikt om de effecten van klimaatverandering op te vangen, zorgen ervoor dat biodiversiteit wordt gewaarborgd of faciliteren de energietransitie. En om het dan nog een extra vleugje uitdaging te geven is het ook nog eens de bedoeling dat alle aanpassingen circulair verantwoord zijn.” 

Andere benadering
Een opgave voor openbare ruimte is dus iets totaal anders dan de onderhoudsplanning ervan en dat heeft weer zijn effect op de manier waarop onderdelen in die openbare ruimte worden benaderd. Hierbij wordt bijvoorbeeld de vervanging van een fietspad niet meer opgehangen aan een van tevoren geplande datum, maar maakt de vervanging – óf aanpassing! – van het fietspad deel uit van een groter plan waarbij het gaat om het functioneren van de openbare ruimte in zijn geheel. 

Die manier van denken is een enorme verandering, zegt Soet. “Beheerders zijn jarenlang bezig geweest met het registreren van assets en het traditioneel plannen van onderhoud en konden daarbij min of meer hun eigen gang gaan. Bij de nieuwe benadering is het echter heel belangrijk dat het beheerteam begrijpt dat ze niet meer alles alleen kunnen doen. Het team moet goed weten wat de doelstellingen zijn van het gemeentebestuur en moet een programma weten te definiëren op basis van die doelstellingen. Er zijn daarmee ook nieuwe mensen nodig binnen de organisatie. Mensen die de afdelingen bij elkaar weten te brengen en deze laten overleggen: beheerregisseurs, of soms ook wel programmamanagers voor de openbare ruimte genoemd.” 

Coördinatie
Om de rol van de beheerregisseur duidelijk te maken gaat Soet verder in op het al eerdergenoemde fietspad. “Vroeger kreeg de beheerder een melding van schade of had hij zelf onderhoud ingepland en werd op basis daarvan het werk ingepland. Destijds was het al een hele prestatie als van tevoren was gecontroleerd hoe goed de omliggende riolering was en waar de kabels en leidingen lagen. De beheerregisseur is echter pas tevreden als hij bij het ontwerp eventuele wateroverlast als gevolg van de klimaatverandering kan opvangen, als het nieuwe ontwerp is getest op hittestress en als hij de biodiversiteit kan stimuleren door de berm van het fietspad aan te passen. Als hij dan ook nog het nieuwe fietspad kan opvullen met puin van een sloopproject in de binnenstad, is hij pas echt tevreden, want dan voldoet hij ook aan de circulaire eis. Kortom: de coördinatielat lag vroeger veel lager.”

De beheerregisseur moet informatie krijgen van de betrokken partijen en vragen stellen als: hoeveel tuinen komen er onder water te staan bij een wolkbreuk in augustus? Hoe warm wordt het in de openbare ruimte? Welke grondvulling is het best te gebruiken in verband met de biodiversiteit? Waar zijn de dichtstbijzijnde sloopprojecten, die materiaal kunnen leveren voor het project? Vragen waarvan de antwoorden moeten worden samengebracht, bijvoorbeeld in GBI. 
De ontwikkeling van de software is er dan ook op gericht om alle informatie te kunnen verzamelen. Soet: “Soms kijk ik wel eens met lichte jaloezie naar de tv-serie CSI, waarbij rechercheurs naar een paneel staan te kijken waarop ze echt alle informatie kunnen vinden die ze nodig hebben om snel een dader te kunnen pakken. Zo ver zijn we nog niet met GBI en het is ook de vraag of dat wel haalbaar is, maar we zijn wel zo ver dat we kunnen eisen dat alle betrokken partijen hun relevante informatie inbrengen.”

Op de GBIdag waren naast veel eindgebruikers ook 25 partners van Antea Group aanwezig.

 

Koppelingen
Omdat samenwerking zo belangrijk is binnen de opgaven voor de openbare ruimte, is er bij de ontwikkeling van GBI ook veel aandacht voor uitwisseling met andere software. “We geloven niet in één enkel systeem voor iedereen, maar vinden dat het maken van de goede koppelingen de beste keuze is. Aannemers maken bijvoorbeeld allemaal gebruik van hun eigen favoriete software. Die pakketten willen we koppelen aan GBI. Dus niet alleen informatie uitwisselen, maar echt koppelen, zodat aannemers ook informatie kunnen opvragen en bijvoorbeeld een taak kunnen afvinken nadat het werk is gedaan. Op die manier zijn alle werkzaamheden van begin tot eind goed te beheren en geborgd.”
De koppeling en uitwisseling met derden is een duidelijk speerpunt van Soet en zijn collega’s, omdat de makers van GBI zich ten doel hebben gesteld dat ze willen verbinden. “Op onze GBIdag waren bijvoorbeeld al wel 25 partners aanwezig. Dat geeft onze ambities op dit gebied goed aan. De uitwisseling tussen verschillende systemen is bovendien technisch geen enkel probleem meer, dankzij de voortschrijdende techniek. We kunnen er dan ook vol op inzetten. We zijn als Antea Group voorstander van Common Ground. Standaardisering is immers belangrijk voor uitwisseling.” 

Comments are closed.