European Geospatial Business Outlook Report

4 december 2018

Geo-gereedheid, ondersteunend beleid

Het European Geospatial Business Outlook Report biedt een holistische kijk op de bedrijfsomgeving voor de geo-industrie in Europa. Het rapport wordt gepresenteerd vanuit twee uitgangspunten: de geo-gereedheid (‘geospatial readiness’) en de beleidsomgeving.

Door Ananya Narain

Zestien Europese landen werden beoordeeld voor de Geospatial Readiness Index 2018. 
Ze maken deel uit van een wereldwijd onderzoek: het GeoBuiz Report.

 

Het rapport geeft een uitgebreid beeld van de markttendenzen, de omvang en de groei van de technologiesegmenten. Ook beleidsinitiators zijn meegewogen die de groei van de particuliere sector bevorderen, de waardeketen van bedrijven, de waarden en voordelen en de groeifactoren voor elk segment. Op grond van verschillende markt- en technologietrends, schat het Europese Geospatial Business Outlook-rapport dat de Europese regio in 2017 een marktaandeel van 26 procent had, met een marktomvang van € 67,45 miljard. Dit aandeel zal naar schatting groeien met een samengestelde jaarlijkse groei van 11,65 procent tot € 93,94 miljard in 2020. Ook zien we dat, hoewel het marktaandeel ten opzichte van de wereldwijde geosector kleiner wordt, het segment van de Europese geotechnologie tussen 2017-2020 nog steeds een gestaag groeipercentage vertoont.

De sector wordt momenteel geconfronteerd met een aantal uitdagingen, maar ook met kansen.

Wat is geo-gereedheid?
De Geospatial Readiness Index 2018 presenteert een ranglijst van landen, gebaseerd op evaluatie van vijf kernpijlers: gegevensinfrastructuur, beleidskader, gebruikersacceptatie, institutionele gereedheid en ‘geospatial industry fabric’, oftewel een onderverdeling in typen bedrijven. Zestien Europese landen werden beoordeeld. Een snelle blik over het lijstje laat direct zien dat de landen die het goed doen de ‘usual suspects’ zijn: het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Nederland, Denemarken en Zwitserland. Het is wellicht interessanter om te kijken naar de landen met de grootste belofte voor toekomstige groei: ‘uitdagers van de gevestigde orde’ en ‘opkomende landen’. Ook is het boeiend om te kijken in hoeverre geo-oplossingen strategisch worden ingezet om de sociaaleconomische ontwikkelingsuitdagingen in deze landen aan te pakken. Zo bezien is een land als België natuurlijk geen ‘aspirant’ of een ‘uitdager’. België valt op het gebied van de uitrol van ruimtelijke technologie met gemak binnen de top tien, ware het niet dat de soms ingewikkelde structuren van het land, met de naast elkaar geplaatste federale overheid en gewesten, de uitwerking van een landsdekkende en bevoegdheidsniveau overschrijdende infrastructuur zeer moeilijk maken.

Door de oogharen gezien geldt ongeveer hetzelfde ook voor Italië; daar zijn het echter vooral de verschillen in implementatieniveau tussen het noorden en het zuiden die het gemiddelde omlaag trekken.

Hoe de koplopers eruitzien
De koplopers op het gebied van ‘geospatial readiness’ beschikken alle over een actueel nationaal georuimtelijk beleidskader (inclusief gegevensverspreiding en gegevenstoegang) ter ondersteuning van de implementatie van nationale ruimtelijke gegevensinfrastructuur, landmeetkundig en kaartbeleid, open gegevensbeleid voor georuimtelijke gegevens en andere, en ruimtevaartbeleid. Deze landen zijn ook nog eens rijk aan instellingen die onderscheidende cursussen aanbieden voor hoger onderwijs en onderzoek. Zij ontwikkelen een goed geïnformeerde en getalenteerde pool van personeel voor algemene gebruikersacceptatie, industrie en ondernemerschap en innovatiegroei in het land. Bovendien kunnen zowel de overheids- als particuliere gebruikers van de toonaangevende geospatial ready-landen allerlei voordelen behalen uit de mogelijkheden om geo-informatie te integreren met applicaties. Verder zijn er speciale incubatieprogramma’s voor geotechnologie als onderdeel van nationale programma’s.

Het geval Scandinavië
Scandinavische landen scoren redelijk goed in vier pijlers van de Geospatial Readiness Index, namelijk: data-infrastructuur, institutionele capaciteit, beleidskader en gebruikersacceptatieniveau. De belangrijkste reden waarom deze landen relatief laag scoren in de eindindex, is omdat ze laag presteren in de pijlers van de industrie, inclusief innovatie-, incubatie- en acceleratorprogramma’s, brancheverenigingen en professionele netwerken. Veel overheidstoepassingen worden zelf ‘in-house’ (lees: onder werktijd) ontwikkeld op basis van open software. Polen scoort ongeveer even hoog als het veel rijkere Noorwegen en Zweden, maar is een sterke klimmer in de hitlijsten dankzij de aanhoudende groei van het ondernemerschap aldaar. Het ogenschijnlijk ‘woeste’ verschil in de rangorde van zo’n top 16 verhult dat de geaccrediteerde score voor elk land slechts marginaal verschillend is. Ze liggen ongeveer op 0,01 of 0,02 van elkaar. Sommige landen kunnen hoger scoren in de ene pijler, maar hebben een lagere rang in andere, zoals in het geval van de noordelijke landen.

Het European Geospatial Business Outlook Report werd in Antwerpen gepresenteerd op 17 september 2018 als onderdeel van de European Geospatial Business Summit.

Knelpunten
Ongeveer 64 procent van de geobedrijven gelooft dat de (Europese) beleidsomgeving bevorderlijk is voor de groei van de industrie. Bijna 36 procent voelt daarentegen beperkingen door geospatialgerelateerd beleid. Respondenten wezen op drie knelpunten. 1) De huidige inkoopmethode in projecten is grotendeels gebaseerd op ‘goedkoopste aanbieding’. Samenlevingen zouden beter gediend zijn als de richtlijnen op waarde gebaseerd zouden zijn in plaats van ‘de laagste kosten’. 2) De private sector is van mening dat er behoefte is aan een goed gedefinieerd gegevensbeleid, specifiek ontworpen voor de verspreiding van onbewerkte en hoogwaardige gegevens en voor het delen met (of verkopen aan) de private sector. 3) Start-ups en relatief kleine ondernemingen hebben behoefte aan een specifiek beleidskader voor de voortgang van hun bedrijven. Ze ervaren een ‘onzichtbaar rood afzetlint rond innovatieve oplossingen’. De sector wordt momenteel geconfronteerd met nog andere uitdagingen: een gebrek aan bewustzijn bij klanten en besluitvormers, bureaucratie, budgetbeperkingen en een gebrek aan geschoolde mankracht. Dit zal geen verrassing zijn. De belangrijkste waarden en voordelen van georuimtelijke diensten en oplossingen zijn bijna net zo voorspelbaar: verhoogde productiviteit en efficiëntie, verbeterde transparantie en betere besluitvorming, beter beheer van hulpbronnen en monitoring.

Rol van de overheid
Ongeveer achtenvijftig procent van de ondervraagde bedrijven halen hun volledige inkomsten uit openbare en aanbestede overheidsprojecten. De geo-industrie lijkt dus nog steeds niet echt in staat om de commerciële sectoren goed te bereiken. Zij wordt gedreven door de traditionele overheidssector en overheidsprojecten. Strategieën van de Europese Unie en de toenemende inbedding van geo-informatie in het domein van de publieke sector zullen de groei van de sector voorlopig zeker blijven stimuleren.

De Europese geotechnologie zal tussen 2017-2020 een gestaag groeipercentage laten zien.

Ananya Narain ananya@geospatialmedia.net is manager Research Programs Europe binnen de afdeling Market Intelligence & Policy Advocacy bij Geospatial Media and Communications BV.

Website Geospatial Media

Comments are closed.