EGM en Tensing werken aan integratie BIM en GIS

13 augustus 2019

Analyses mogelijk met Tensing 3D GeoViewer

Hoewel elk gebouw een duidelijke, vaste plaats heeft op onze planeet en er van zowel gebouwconstructies als van de omgeving genoeg digitale informatie beschikbaar is, zijn de werelden van BIM en GIS vaak nog steeds strikt gescheiden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat een min of meer toevallig contact tussen architectenbureau EGM en GIS-specialist Tensing de start was van de ontwikkeling van de 3D GeoViewer voor architecten.

Door Lambert-Jan Koops

De Tensing 3D GeoViewer slaat een brug tussen BIM en GIS en integreert 3D-gebouwmodellen in een digitale, bebouwde of natuurlijke omgeving. 

De Tensing 3D GeoViewer is een tool voor het integreren van 3D-gebouwmodellen in een digitale, bebouwde of natuurlijke omgeving. De tool maakt het mogelijk om visualisaties te maken of ruimtelijke analyses te doen. Daarmee slaat de 3D GeoViewer een duidelijke brug tussen GIS en BIM. Een brug die in eerste instantie tot stand is gekomen dankzij vriendschappelijk contact tussen een medewerker van Tensing en een medewerker van EGM.
Martijn Schuil, BIM-manager bij EGM, vertelt hoe het balletje is gaan rollen. “Een van onze collega’s had privé goed contact met een werknemer van Tensing en daarbij kwam hun werk binnen de beide organisaties ook aan bod. Omdat ze daarbij opmerkten dat BIM en GIS elkaar goed zouden kunnen aanvullen, ontstond het idee voor een samenwerking. Dat resulteerde in eerste instantie in gesprekken waarbij Tensing aan EGM uitlegde wat zij met GIS deden en waarbij wij aan Tensing vertelden hoe wij BIM inzetten. Het raakvlak werd heel snel duidelijk, zowel qua data als qua geometrie. Wij als EGM plaatsen gebouwen in een omgeving, maar we willen ook weten hoe die omgeving eruitziet en op welke manier omgevingsfactoren invloed hebben op het gebouw en vice versa. EGM maakt in zijn ontwerpen veel gebruik van (in)directe interactie met de omgeving en dus is een zo secuur mogelijke representatie van de werkelijkheid zeer gewenst. Tensing vond deze gedachte dusdanig interessant dat zij de ‘EGM Challenge’ in het leven hebben geroepen: de ontwikkeling van de Tensing 3D GeoViewer, met als doel een substantiële stap vooruit in een wederzijdse aansluiting van de BIM- en de GIS-wereld.
Xander den Duijn is als GIS-consultant bij Tensing betrokken bij het contact met EGM en bij de ontwikkeling van de viewer. Het project had direct zijn aandacht: “Ik heb zelf architectuur gestudeerd en wilde dan ook graag meewerken aan de ontwikkeling van wat wij nu de ‘3D GeoViewer’ noemen. Het eerste doel was daarbij om het mogelijk te maken dat architecten op een gebruiksvriendelijke manier een 3D-model in een GIS-omgeving zouden kunnen plaatsen. Het is echter meer dan alleen een viewer, aangezien de software ook uiteenlopende tools bevat voor het visualiseren en het uitvoeren van analyses, zoals schaduwanalyses. Omdat er nog allerlei andere functionaliteiten toe te voegen zijn aan de tool, denken we als Tensing dan ook dat deze ontwikkeling heel veel potentie heeft.”

Millimeter vs centimeter
Een belangrijk aandachtspunt bij de combinatie van BIM en GIS is het georefereren van een BIM-model, iets waar de 3D GeoViewer de mogelijkheid voor biedt. Schuil legt uit waarom dit belangrijk is: “Wij werken als EGM heel veel samen met installateurs, constructeurs en andere partijen die exclusief in ons gebouw werken. Zij nemen bijvoorbeeld een hoek van het gebouw als nulpunt en kunnen daarmee vervolgens zeer nauwkeurig aan de slag. Het refereren naar buiten toe is echter veel minder makkelijk en gaat vaak ook veel minder precies omdat daar andersoortige data beschikbaar zijn. Binnen het gebouw wordt gewerkt op millimeterniveau, maar voor de omgeving zijn we vaak afhankelijk van minder nauwkeurige GIS-data. Bij het georefereren van een BIM-model is het dan ook belangrijk om daar rekening mee te houden. We kunnen zonder de 3D GeoViewer wel een zeer nauwkeurig BIM-model op ongeveer de juiste plaats in een GIS-omgeving plaatsen, maar dat heeft niet zo veel zin, want bijna goed is eigenlijk helemaal fout. Tensing biedt echter de mogelijkheid om BIM-modellen te integreren in een GIS-omgeving met LoD2-gebouwen, en dat is precies de juiste mate van detail die past bij deze combinatie.”

Patrick Tak, VR-specialist bij EGM, bevestigt de opmerking van zijn collega dat het detailniveau van de gecombineerde BIM- en GIS-data gelijk moet liggen. “We hebben een test uitgevoerd met een project in de (complexe) historische binnenstad van Dordrecht, waar veel differentiatie zit in de verschillende bebouwingen. Tensing heeft hiervoor een hoog detail 3D-stadsmodel aangeleverd, waarbij de point cloud data zijn omgezet naar 3D-objecten. Het door EGM ontworpen model kon toen goed in deze op GIS-data gebaseerde omgeving worden opgenomen, waarna we dus een realistische schaduwanalyse hebben kunnen uitvoeren.”

Betrouwbaar beeld
Binnen de 3D GeoViewer zijn alle bestaande gebouwen beschikbaar als massieve objecten, enigszins vergelijkbaar met de fysieke maquette die architecten in het verleden gebruikten. Deze objecten zijn van hoog niveau, daardoor zijn de daken van de gebouwen in hun geheel beschikbaar. Dat is niet alleen belangrijk voor de analyse van de omgeving, maar ook voor het beeld dat betrokkenen daarmee kunnen krijgen van een project.

Schuil: “Wij hebben vaak te maken met grote tot zeer grote complexe ontwerpopgaven die een groot effect kunnen hebben op een leefomgeving. We dienen vaak de omwonenden te overtuigen hoe het eruit komt te zien en wat voor gevolgen dit heeft voor de omgeving. Dan is het erg belangrijk dat we een betrouwbaar omgevingsmodel hebben en niet alles handmatig hoeven na te bouwen in SketchUp. Handmatig werk kan fouten opleveren, met alle gevolgen van dien. Nu kunnen we een waarheidsgetrouwe toetsing uitvoeren en alle betrokkenen garanderen dat wat ze zien in de viewer ook daadwerkelijk klopt.”

Het historisch centrum van Dordrecht met de kerk van de stad duidelijk herkenbaar in 3D.

Toekomst
Voor de toekomst van de Tensing 3D GeoViewer geldt dat de behoefte van de eindgebruikers een sterke invloed zal hebben op de ontwikkeling van de tool. Den Duijn: “Momenteel richten we ons duidelijk op gebouwen, maar ook andere objecten in de openbare ruimte kunnen van belang zijn bij het ontwerp, denk bijvoorbeeld aan boomkronen en hun schaduw. De vraag is dan wel hoe gedetailleerd een model moet zijn: wat is nuttig en wat niet? Moet het model van de omgeving bijvoorbeeld ook lantaarnpalen bevatten of is het toevoegen daarvan alleen maar extra werk? Dat zijn zaken waar we nu over nadenken en waarvoor de wensen en eisen van de eindgebruiker van groot belang zijn.”
Eindgebruiker Schuil stelt dat EGM momenteel geen behoefte heeft aan gebouwen met een hoger detailniveau: “We hebben het nu de hele tijd gehad over het in kaart brengen van de situatie boven de grond, maar ik vind de situatie onder de grond eigenlijk net zo interessant. Wanneer er in detail bekend is welke systemen en objecten zich in de grond bevinden, is daar ook goed rekening mee te houden bij het ontwerp. Het nut van een goed in kaart gebrachte bodem wordt dan ook steeds groter. Wat mij betreft is dat dan ook de eerstvolgende stap bij de integratie tussen BIM en GIS.”

Comments are closed.