De vele wegen naar een 3D-stadsmodel

De vele wegen naar een 3D-stadsmodel

Deel 1: doel bepalen en een pilot starten


Vele wegen leiden naar Rome is een bekend gezegde. Om in Italië te blijven: stel er is witte rook, u heeft budget voor het maken van een 3D-stadsmodel! En dan? Is er een ‘best practice’? Is er een route waarvan niet kan worden afgeweken of zijn er een heleboel mogelijkheden? Zijn er dwaalwegen en doodlopende routes? Anders gesteld: kunt u het echt fout doen?

Door Jan Blaauboer

Welke stappen zijn er nodig voor het maken van een 3D-stadsmodel? Hier het 3D-model van Rotterdam. 

Dit is het eerste artikel van een reeks bijdragen over het maken van een 3D-stadsmodel, waarbij ik stap voor stap de totstandkoming van een dergelijk model doorneem. Een algemeen recept, een globaal plan van aanpak, of, om in de wegensfeer te blijven, een ruime routebeschrijving dus. Ik denk namelijk dat er geen standaard, specifiek recept is voor het maken van een 3D-stadsmodel waarvan absoluut niet mag worden afgeweken. Ik denk zelfs, maar dit is een veel gevaarlijker stelling, dat je het niet echt fout kunt doen. Mits je tenminste nagedacht hebt over het waarom van het model: waarvoor gaat het gebruikt worden en door wie precies? Welke afdelingen zullen er informatie uit halen en wordt het model gedeeld met externe partijen, zijn daarbij belangrijke vragen. Om maar een cliché te gebruiken: ik trap een open deur in als ik stel dat het gebruik het model bepaalt. Enige voorbeelden: als uw organisatie alleen geïnteresseerd is in een zo realistisch mogelijk 3D-stadsmodel omdat de primaire toepassingen zich richten op visualisaties, is een reality model de beste optie. Maar als ondersteuning van beleidsbeslissingen, stadsplanning en dergelijk de voornaamste toepassingen worden, is een objectgeoriënteerd model de beste oplossing. En als geld geen probleem is (ik weet het, geld is altijd een probleem), kunt u natuurlijk beide modellen (laten) realiseren.
Een andere vraag die opkomt: gelijk de hele stad of beginnen met een gebied? Mijn advies: maak een plan met de stip op de horizon (weer een cliché, excuus) en begin dan met een gebied. Op een wijze dat dit begin past in het grotere plan.

Pilotgebieden
Als er een nieuwe woonwijk of bedrijventerrein gaat komen, is dit een uitstekend gebied om te beginnen. Maar ook een kruispunt dat rotonde wordt, kunt u gebruiken als pilot gebied.
Ik heb het al eerder geschreven: mijn voorkeur gaat uit naar een hybride model. Het primaire model is een objectgeoriënteerd model. Dit model conformeert zich aan de CityGML-standaard en is minimaal LOD2. Waarom LOD2? Dakvormen zijn belangrijk. In de eerste plaats verhoogt het de herkenbaarheid. Stelt u zich het Binnenhof eens voor in LOD1, of zelfs LOD 1.3… Het ziet er niet uit! Herkenbaarheid is belangrijk voor de gebruikers, zij moeten wel gelijk zien ‘waar ze zijn’. Dakvormen zijn ook belangrijk voor heel veel analyses, zoals zon/schaduw-berekeningen en ‘line of sight’-beschouwingen, om er maar enkele te noemen.
Voor een pilotproject is mijn advies om van scratch af aan te beginnen. Dit om het gehele proces van inwinning tot gebruik en wijzigen door te kunnen lopen. Op die manier zullen alle aspecten van het leven met een 3D-stadsmodel worden belicht. U dient ook een keuze te maken tussen alles zelf doen, alles outsourcen of ook hier een hybride vorm. Ook hier gaat mijn voorkeur uit naar de hybride oplossing: het is goed om ook zaken zelf te doen, want dat zal uw kennis vergroten.

Uitbesteden
Heeft u eigen scanapparatuur dan kunt u het inwinnen zelf doen. Ik ga er echter van uit dat u het inwinnen laat doen door een derde partij: er zijn veel partijen die dit snel kunnen uitvoeren. Vervolgens neem ik ook aan dat u het bewerken van de puntenwolken tot een 3D CityGML-model uitbesteedt, om dezelfde reden: u kunt het zelf doen, maar andere, gespecialiseerde partijen kunnen het vaak sneller. Uiteindelijk is het doel hier ook het maken van een 3D-model van de gehele stad en dan is zelf inwinnen meestal geen effectieve oplossing.
Uitbesteden betekent wel weer dat er een compleet offertetraject moet worden doorlopen, dus moet u goed nadenken over wat voor model u precies wilt hebben. Daarbij gaat het er niet alleen om welk gebied met welke nauwkeurigheid in kaart wordt gebracht, maar ook bijvoorbeeld over de vraag wat de maximale termijn mag zijn tussen het inwinnen en het opleveren van de data. Bedenk: u betaalt, dus u bepaalt. Als dit alles nieuw voor u is, is het een goed plan om een adviseur in te schakelen en/of te gaan kijken bij collega’s die u voorgingen. Dat laatste is belangrijk, want een mens kan ook heel goed leren van andermans fouten…

Ontwerpdata
Voor dit verhaal ga ik ervan uit dat de 3D-pilot gedaan wordt in een nieuw uitbreidingsgebied. Een gebied dus waar veel wijzigingen optreden in een relatief korte periode. Een gebied waar dus ook veel nieuw gebouwd gaat worden en er dus ontwerpdata beschikbaar gaan komen. In een volgend artikel zal ik ingaan op de manier waarop hiermee kan worden omgegaan.

Jan Blaauboer is zelfstandig GeoBIM-adviseur.

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Scroll naar top