De toekomst van meetapparatuur: een multi-interview

18 juli 2019

Ideeën over ontwikkeling van scanners en bijbehorende software

Met het oog op de huidige ontwikkelingen op het gebied van meetapparatuur, sprak BIGnieuws met vier partijen over de toekomst van deze hardware: Stefan Naumann, senior manager business development geopositioning Europe bij Topcon Positioning; Jasper Schuur, sales manager bij Trimble-dealer Geometius; Rob van Etten, product manager bij Carlson EMEA en Arno Kijzerwaard, senior marketing executive bij Leica Geosystems. Zij reageerden allen op een viertal, al dan niet samengestelde vragen en deelden daarbij hun ideeën over de ontwikkeling van hun producten. 

Door Lambert-Jan Koops

Jasper Schuur, sales manager bij Geometius: “Systemen zoals de Trimble SX10 Scanning Total Station maken het mogelijk dat één instrument voor meerdere toepassingen kan worden ingezet.”

Momenteel zijn er twee belangrijke trends te onderscheiden in de bouw, civiele techniek en stedelijk beheer. In de eerste plaats zetten beheerders van installaties en gebouwen steeds vaker in op het gebruik van zogenaamde digitale tweelingen voor het monitoren van de prestaties van hun fysieke objecten. De tweede trend is dat er steeds meer steden zijn die willen transformeren tot een zogenaamde smart city, een stad waarbij informatietechnologie en IoT gebruikt worden om de stad te beheren en te besturen. Voor zowel de opzet van een digitale tweeling als de overgang naar een smart city geldt dat het essentieel is om de fysieke gegevens van de bijbehorende objecten nauwkeurig en zo volledig mogelijk in kaart te brengen. Een effect van de huidige trends is dan ook dat er een toenemende vraag is naar meetapparatuur, waarbij er ook om nieuwe functionaliteit wordt gevraagd. De makers van deze apparatuur investeren als reactie hierop in de ontwikkeling van hun producten om de eindgebruikers te kunnen voorzien van de tools die ze nodig hebben.

Stefan Naumann, senior manager business development geopositioning Europe bij Topcon Positioning: “De ideale BIM-oplossing; de Topcon GTL-1000. Onze nieuwe Robotic total station met ingebouwde 3D-scanner voor het valideren van het gemaakte werk.”

Wat zijn momenteel de belangrijkste thema’s bij de ontwikkeling van de inmeetapparatuur? Waar hebben de eindgebruikers van nu behoefte aan? En hoe denken jullie je te kunnen onderscheiden van de concurrenten? Moet het nauwkeuriger, sneller of is extra functionaliteit nodig? 

Stefan Naumann, Topcon: “Intelligente tools en intelligente workflows zijn van groot belang, nu meer dan ooit. Om relevante informatie in korte tijd en op een snelle manier eenvoudig te interpreteren. Tijden veranderen snel, taken op werklocaties worden complexer, meer belanghebbenden hebben betrouwbare gegevens nodig als bron voor hun besluitvormingsprocessen. Voor hen is accurate en altijd parate informatie essentieel. Alle gebruikte apparatuur moet voldoen aan hun vraag en moet naadloos in de workflow van de klant worden geïntegreerd. De focus ligt op de mens die onze technologie gebruikt. Door samen te werken en slimme allianties aan te gaan in de verschillende bedrijfssegmenten, zoals met softwareleveranciers Bentley, Autodesk en RIB, zijn we in staat om onze klanten en hun bedrijf succesvol te maken en zich te onderscheiden van de massa.”

“Technologische ontwikkelingen en de vraag op werklocaties zullen leiden tot een hogere snelheid en extra functionaliteit die nodig is en het werk gemakkelijker maakt voor de markt. De behoefte wordt in het veld gedefinieerd en leidt tot nieuwe ontwikkelingen, die bijvoorbeeld resulteren in hogere snelheid en nauwkeurigere technologie. Zoals de ontwikkeling van Ultra Sonic Motors binnen ons robotic total station portfolio.”
“Vanuit Topcon blijven we dus investeren in nieuwe ontwikkelingen binnen ons portfolio. Daarnaast is onze ondersteuning vanuit het service en supportteam minstens zo belangrijk. Service en support vanuit ons kantoor of op locatie, het geven van trainingen of demonstaties, we doen het graag. Er zijn genoeg goede oplossingen in de markt, Topcon wil echter meer. Kennis delen, advies geven, samenwerken. Onze klant helpen om slimmer te kunnen werken voor een beter resultaat.”

Jasper Schuur, Geometius: “Gemak, kwaliteit en snelheid, dat is waar de eindgebruiker naar zoekt. We zien dat de technieken voor data-inwinning steeds gemakkelijker worden en dat de hoeveelheid data, die in één keer ingewonnen kan worden, toeneemt. Trimble innoveert al jaren door verschillende sensoren bij elkaar te brengen in één oplossing die heel gebruikersvriendelijk blijft. Systemen zoals de Trimble SX10 Scanning Total Station maken het mogelijk dat één instrument voor meerdere toepassingen ingezet kan worden.”
“Als het gaat om het inwinnen van grote hoeveelheden data zien we dat 3D-scanners en mobile-mappingsystemen, zoals de populaire Trimble MX9, in opkomst zijn. Met de toename van de hoeveelheid en verscheidenheid aan data is het belangrijker dan ooit dat de gebruiker op eenvoudige wijze de benodigde informatie kan extraheren en verwerken. Het kan dan gaan om het samenbrengen van data van verschillende sensoren in één project, maar ook het (semi-)automatisch herkennen van informatie uit beelden of puntenwolken, die eenvoudig in bekende CAD- of GIS-systemen geïmporteerd kunnen worden.”
“Naast de ontwikkeling op het gebied van de inwinning zie je ook hoe modellen tot leven komen met behulp van Mixed Reality. Een goed voorbeeld hiervan is

Trimble SiteVision, dat gebruikmaakt van Trimble’s Catalyst-software, een compacte GNSS-antenne in combinatie met Google ARCore-technologie. Hiermee wordt een hoog nauwkeurig Mixed Reality-systeem gecreëerd. Met SiteVision wordt de informatie virtueel en op ware grootte gepresenteerd op de betreffende locatie. Denk hierbij aan nieuwe ontwerpen of bestaande ondergrondse infrastructuur. Kaarten en tekeningen interpreteren behoren tot het verleden. Iedereen ziet de informatie op ware grootte, in de context van een bestaande omgeving.”
“Wij kiezen er bewust voor om een breed portfolio te voeren, waarvan Trimble onze kern is. Klanten vinden bij ons een breed assortiment aan hoogwaardige merken en accessoires. Met de vertegenwoordiging van meer dan twintig merken, wordt samenwerken met meerdere leveranciers overbodig. Naast alle hoogwaardige systemen, slimme software en vernuftige technieken is de service die wij als Trimble-dealer bieden net zo belangrijk. Klanten kunnen bij ons terecht met alledaagse technische vragen, maar ook voor complexe vraagstukken hebben wij de expertise in huis. Wij denken graag met onze klanten mee. Samen met het technisch onderhoud en een uitgebreid aanbod aan trainingen kunnen onze klanten zorgeloos werken, nu en in de toekomst.”

Rob van Etten, Carlson: “Bij de ontwikkeling van meetinstrumenten – hardware en software – wordt het steeds belangrijker om zowel de geo-professional, als de occasionele inwinner van geo-data te kunnen bedienen. Doordat landmeetkundige instrumenten steeds gebruikersvriendelijker worden, gaan veel bedrijven die vroeger een geo-professional zouden inhuren nu zelf aan de slag.
Carlson heeft bijvoorbeeld vier jaar geleden met de BRx-serie een GNSS-ontvanger geïntroduceerd met een automatische correctie voor de scheefstand van de meetstok, om het meten voor de niet-professional te vereenvoudigen.”
“Eindgebruikers hebben ook behoefte aan flexibiliteit en willen niet in een merk-keurslijf gedwongen worden; Carlson-veldboeksoftware draait op verschillende platforms van verschillende merken, en kan ook verschillende merken instrumenten aansturen. Dit betekent dat de investering in software en in training van personeel behouden blijft wanneer andere hardware-keuzes gemaakt worden. Carlson is in het kader van flexibiliteit voor de eindgebruiker ook groot voorstander en zelfs voorvechter van uitwisselingsformaten zoals LandXML.

Voor een eindgebruiker is niets vervelender dan telkens terugkerende conversies van bestanden.”
“Een ander belangrijk thema is de integratie van meetsystemen, de ‘slimme inwinning’. De klant wil graag per project kiezen voor de meest optimale manier van inwinning en de daarbij behorende (combinatie van) apparatuur. Carlson gaat uit van een integrale oplossing voor zowel de inwinning als de verwerking, zodat de inzet van allerlei aparte ‘tooltjes’ wordt voorkomen. Met Carlson SurvPC kunnen onze klanten één en dezelfde oplossing gebruiken voor onder andere maatvoering in de bouw, BGT-bijhouding, objectgerichte inwinning, profielmetingen en topometingen direct in CAD.”
“Nauwkeurigheid heeft tegenwoordig minder betrekking op ‘heel precies meten’ maar steeds meer op actualiteit, betrouwbaarheid en volledigheid. Zoals ook hierboven genoemd gaat het vooral om de inzet van slimme inwinning. Met name gegeven de grote hoeveelheid data die bij nieuwe inwintechnieken vrijkomt, is het van belang om te zorgen dat de data actueel, betrouwbaar en volledig zijn.”

Arno Kijzerwaard, Leica: “Bij de ontwikkeling van de meetapparatuur zijn er drie belangrijke aandachtspunten te onderscheiden. De eerste is de democratisering van onze apparatuur. Met de introductie van oplossingen zoals onze Leica BLK360 imaging scanner en de BLK3D imager zijn laserscantechnologie en stereofotogrammetrie in een vorm op de markt gebracht die door een bredere groep gebruikers toegepast kan worden. De andere twee belangrijke thema’s bij de ontwikkeling blijven de nauwkeurigheid en de kwaliteit van de apparatuur. Precisie en betrouwbaarheid zijn altijd al de basis geweest bij nieuwe ontwikkelingen binnen Leica en hoe innovatief de ontwikkelingen ook zijn, de gebruiker moet er altijd op kunnen vertrouwen dat hij een kwalitatief product koopt, waarmee hij betrouwbaar en precies kan meten.”
“Terwijl de meetopdrachten steeds complexer worden, wil de huidige eindgebruiker toch graag een product dat eenvoudig en efficiënt werkt. Dit is best een uitdaging omdat de doelgroepen steeds verder uit elkaar groeien en er steeds meer vakmensen op de markt komen die met professionele apparatuur diverse meetwerkzaamheden willen uitvoeren. Naast de bekende landmeter hebben we nu ook bijvoorbeeld een BLK3D die door een schildersbedrijf gebruikt kan worden voor de opname van het werk en de calculatie van de te schilderen oppervlakte. Of een machinist op een GPS-gestuurde graafmachine die zijn productie meet met de punt van zijn bak. Gebruiksvriendelijkheid houdt ook in dat het product naadloos aansluit op de workflow van de gebruiker. Denk aan het gebruik van IFC-modellen in een BIM-proces bijvoorbeeld, die zonder conversie gebruikt kunnen worden in een GNSS-ontvanger of Total Station.”

“Leica Geosystems blijft zich onderscheiden op het gebied van de hoge kwaliteit en de services om de klant zo goed mogelijk te helpen bij het gebruik. Uiteraard zijn nieuwe ontwikkelingen gericht op zaken als sneller en nauwkeuriger meten. Maar onze organisatie probeert zich zeker te onderscheiden op het gebied van de klantondersteuning. Ons supportteam bestaat daarom enkel uit hoogopgeleide specialisten of gebruikers met veel ervaring in de markt. De installateurs van de machinebesturing zijn in veel gevallen bijvoorbeeld zelf machinist geweest. Het grootste deel van onze lokale organisatie bestaat uit functies die gericht zijn op het ondersteunen van de klant, zoals customer care, technische service of supportfuncties. Deze collega’s zijn in contact met de klant en bieden service op maat, bijvoorbeeld door de software af te stemmen op de workflow van de gebruiker. Onze service wordt over het algemeen zeer gewaardeerd weten we uit onze klanttevredenheidsonderzoeken, maar vraag gerust een Leica-gebruiker naar zijn of haar mening.”

Rob van Etten, product manager bij Carlson EMEA: “De SurvPC-software vertegenwoordigt waar Carlson voor staat: een gebruikersvriendelijke oplossing voor diverse toepassingen met ondersteuning van zo veel mogelijk hardware platforms en formaten.”

Van puntenwolk naar BIM: het is steeds makkelijker om puntenwolken om te zetten in CAD-data, maar veel hangt af van de software. Hoe verloopt de ontwikkeling van de software voor het omzetten van de ingemeten gegevens?

Arno Kijzerwaard, Leica: “Het aansluiten op een digitale bouw is voor Leica Geosystems erg belangrijk. In meerdere cruciale fases in de bouw zijn meetgegevens van onschatbare waarde. Het efficiënt omzetten van gemeten puntenwolkgegevens naar de workflow van de klant is dus van groot belang. Dit proces begint al buiten tijdens het meten. Recente softwareontwikkelingen zorgen ervoor dat de laserscannergebruiker buiten al direct ziet wat wel en niet gescand is. Ons Visual Inertial System (VIS) in onze laatste RTC360-scanner zorgt er middels edge computing voor dat de scanner continu weet waar hij is ten opzichte van zijn vorige standplaatsen. De registratie van de scans gebeurt daarom al in het veld, in real-time, waardoor de kostbare processingtijd sterk wordt gereduceerd.

De verwerkingssoftware op kantoor is vervolgens zo ingedeeld dat alle informatie samenkomt in één duidelijke weergave. Na de eerste controles vindt de verdere verwerking vaak plaats in de software die de gebruiker toepast in zijn workflows. Middels de Cyclone Cloudworx plug-ins voor diverse CAD- en BIM-pakketten verwerkt de gebruiker via diverse automatiseringsfuncties de puntenwolk naar het gewenste resultaat.”
“De ontwikkeling staat ook hier niet stil. De diverse wensen van de gebruikers worden omgezet in nieuwe functionaliteit in gebruiksvriendelijke software, waarbij het proces eenvoudiger wordt en meer gedaan wordt met mobiele device en de cloud.”

Stefan Naumann, Topcon: “Er bestaan al naadloze workflows, zoals scangegevens van onze 3D-scanners GTL-1000 of GLS-2000 naar bijvoorbeeld de software van Edgewise en Verity met behulp van Autodesk-applicatie Navisworks. Door het tijdbesparende aspect kunnen de snelheidsresultaten en controlerapporten met een verbazingwekkende snelheid worden gemaakt. Deze software komt van ClearEdge en onderdelen daarvan zijn Edgewise, Verity en Rithm.

Met Edgewise kan de gebruiker bijvoorbeeld op een snelle manier piping, staalconstructies en wanden modelleren vanuit scandata. Met Verity is het mogelijk om de gemodelleerde omgeving te checken met puntenwolkdata en eventueel hiermee ‘as built’-tekeningen te maken. Met Rithm kan de klant vloervlakheden controleren. Verity en Rithm werken in combinatie met Navisworks. Volop ontwikkelingen in de software die ons werk een stuk gemakkelijker maken.”

Jasper Schuur, Geometius: “Met de toegenomen hoeveelheid data wordt het steeds belangrijker om ‘slimme’ software te gebruiken die alle data op eenvoudige wijze kan verwerken. Technieken als deep learning en machine learning spelen hierbij een grote rol. Trimble RealWorks kan bijvoorbeeld volautomatisch scans registreren en objecten automatisch classificeren en modelleren. Door gebruik te maken van deep-learningtechnologie biedt Trimble eCognition gebruikers de beschikking over uiterst geavanceerde patroonherkennings- en correlatietools die de classificatie van interessante objecten automatiseren voor snellere en nauwkeurigere resultaten. Ook in de software voor de Trimble MX9 zit een uitgebreide classificatie van bijvoorbeeld bomen, verkeersborden, stoepranden en straatmeubilair.”

“Bij de updates van de software is er veel aandacht voor de verwerking van puntenwolken tot bruikbare data voor de eindgebruiker en het gebruik van bestaande BIM-modellen in het veld. Het is bijvoorbeeld mogelijk om met Trimble Access-veldsoftware rechtstreeks vanuit een BIM-model punten en lijnen uit te zetten. Er is dus geen conversie meer nodig naar DXF om uitzetbestanden aan te maken.”

Rob van Etten, Carlson: “De office software van Carlson is op CAD gebaseerd, en voor veel gebruikers is een CAD-tekening nog steeds het einddoel. De uitdaging is om het onttrekken van gegevens aan de puntenwolk, bijvoorbeeld via automatische vectorisatie, zo veel mogelijk te vereenvoudigen. Ook het herkennen van objecten in de puntenwolk, en het gebruiken van deze informatie om een CAD-symbool te plaatsen en automatisch te roteren of te schalen, kan veel tijdwinst opleveren. Omdat de huidige meetinstrumenten per definitie 3D-data leveren, dient de vraag zich aan of CAD-software in alle gevallen wel het juiste platform is om bijvoorbeeld 3D-ontwerp te maken. Carlson zet daarom ook in op de ontwikkeling van software om daadwerkelijk in 3D te kunnen ontwerpen. Ruim een jaar geleden is Carlson Precision 3D geïntroduceerd en met deze software kan bijvoorbeeld een compleet afwateringsplan in 3D worden ontworpen en doorgerekend. Een link naar CAD blijft in deze software vanzelfsprekend bestaan.”

Bestanden met ruwe data, zoals puntenwolken, zijn traditioneel zeer groot en daarom ook lastig te hanteren. Welke oplossingen worden ontwikkeld om eindgebruikers op dit gebied te helpen? Is cloud computing een mogelijkheid en wordt dit gefaciliteerd? Zijn er nog andere oplossingen op zowel soft- als hardwaregebied om de bestanden hanteerbaar te houden?

Rob van Etten, Carlson: “Cloud computing wordt op dit moment door Carlson gefaciliteerd onder andere bij de fotogrammetrische verwerking van dronebeelden met Carlson PhotoCapture. De gebruiker kan de data online laten verwerken en kan kiezen uit verschillende abonnementsvormen: tijdelijke abonnementen, of abonnementen op basis van te verwerken datahoeveelheden. De online software die voor de verwerking wordt ingezet, kan resources flexibel toekennen, dat wil zeggen dat grote hoeveelheden data op meer rekenkracht kunnen rekenen. Daarnaast kan gebruikgemaakt worden van ‘parallel processing’ waarbij tot maximaal vijftien verschillende datasets tegelijkertijd voor verwerking kunnen worden aangeboden. Vanzelfsprekend voordeel van de verwerking in de cloud is dat de data direct voor een grote groep gebruikers beschikbaar zijn. Anderzijds merken we ook dat veel gebruikers de data nog steeds lokaal ter beschikking willen houden.”

Arno Kijzerwaard, Leica: “Steeds meer van onze softwareoplossingen maken gebruik van cloud storage. Een mooi voorbeeld is Jetstream, software die het mogelijk maakt om zonder vertraging met zeer grote puntenwolkbestanden te werken. Je kunt inzoomen op de puntenwolk in de cloud en vrijwel direct de data in hoge resolutie bekijken. Met Jetstream Enterprise kunnen puntenwolken van meerdere bronnen, bijvoorbeeld meerdere landmeetbureaus, gecombineerd worden tot één cloudomgeving die wordt beheerd door de klant. Die data kunnen vervolgens in een browseromgeving zonder plug-in bekeken worden, waarna meta-informatie kan worden toegevoegd. Een gebruiker in het veld kan bijvoorbeeld documenten en foto’s koppelen aan de puntenwolk via een iPad, waarna een collega die data kan bekijken in een browser op kantoor.”

“Cloud computing wordt momenteel nog niet gefaciliteerd omdat het doorsturen van de grote puntenwolken naar de cloud (bijvoorbeeld vanuit het veld via 4G) nog een te grote beperking is. Jetstream Enterprise maakt het wel mogelijk om met meerdere gebruikers tegelijkertijd te werken op dezelfde puntenwolk. Dit zonder kopieën te verspreiden.”

Stefan Naumann, Topcon: “Met onze cloud-oplossing MAGNET Collage web kun je data vanuit een statische scanner, mobile-mappingscanner of vanuit een drone binnenhalen in één platform. Het is geen cloud-computingsysteem, maar het is wel eenvoudig om alle gewonnen data uit de diverse sensoren samen te brengen in een omgeving, te bewerken en beschikbaar te maken voor derden.”
“De vooruitgang van de ontwerpgegevens en de snelheid waarmee deze naar het veld kunnen worden gebracht, neemt elke dag toe.

Het is daarom essentieel dat er meer rekenkracht in het veld beschikbaar is, evenals snellere hardware om ervoor te zorgen dat het uitzetten en meten op een efficiënte manier wordt uitgevoerd. De wrijvingsloze, snelle ultrasone motoren in Topcon’s nieuwste GTL 1000-serie-instrumenten zijn een voorbeeld van de stapsgewijze verandering in de hardware in het veld. Een Robotic total station met ingebouwde scanner die samen met de ClearEdge-software een ideale BIM-oplosssing in de markt is.”

Jasper Schuur, Geometius: “Cloud computing biedt meerdere voordelen bij het verwerken van grote datasets. Met Pix4D-software kunnen grote projecten via een cloudplatform verwerkt, gedeeld en opgeslagen worden. Gebruikers zijn dus niet meer beperkt door een ‘zware’ desktopcomputer, het staat niet op één plaats opgeslagen en de resultaten kunnen makkelijk gepresenteerd worden.”
“Op hardwaregebied kan er ook steeds efficiënter gemeten worden, waardoor onnodig ingewonnen data tot een minimum beperkt worden.

Met de Trimble SX10 kan er onder andere objectgericht gescand worden in plaats van een 360-gradenscan. Daarnaast kan de puntdichtheid vooraf ingesteld worden, waarbij op voorhand de puntafstand voor het te scannen object wordt weergegeven. Dit soort waardevolle ontwikkelingen zorgen voor bewuste keuzes bij het inwinnen van de data, wat bijdraagt aan hanteerbaarheid van de resulterende datasets.”

Arno Kijzerwaard, senior marketing executive bij Leica Geosystems: “Ons Visual Inertial System (VIS) in onze laatste RTC360-scanner zorgt er met edge computing voor dat de scanner continu weet waar hij is ten opzichte van zijn vorige standplaatsen.”

Met het oog op de ontwikkeling van drones: blijven metingen voorlopig vanaf de grond gedaan worden of zullen er ook meer oplossingen komen voor inmeting vanuit de lucht?

Jasper Schuur, Geometius: “Het gebruik van drones is een goede manier om snel en accuraat een dataset in te winnen. Met slimme software, zoals Pix4D, is het eenvoudig om uit foto’s of een video een puntenwolk te genereren. Dankzij de verschillende typen camera’s kan een drone ook voor hele specifieke doeleinden gebruikt worden. De nieuwste Parrot ANAFI-drone is bijvoorbeeld leverbaar met een HDR-camera, maar ook verkrijgbaar met een thermische camera en er is zelfs een ‘secure edition’ die voor beveiligde militaire toepassingen geschikt is. Een drone zal de conventionele meettechniek niet snel vervangen, maar kan in veel situaties snel en veilig een compleet beeld geven, zonder dat het nodig is om de locatie in te meten. Op het moment dat de regelgeving vanuit de overheid versoepelt, ontstaat een imposante markt van drone-gerelateerde data, waarbij de ‘early adopters’ het meest profiteren door de voorsprong die ze hebben opgebouwd.”

Rob van Etten, Carlson: “Nieuwe technieken voor inwinning zoals met drones zijn een zeer waardevolle aanvulling op het instrumentarium van de geo-professional. Er worden echter vaak ‘wonderen’ verwacht wanneer een nieuwe techniek wordt geïntroduceerd. Dat hebben we ook een groot aantal jaren geleden gezien bij de introductie van real-time GNSS-systemen. De inwinning via optische instrumenten zou nu wel snel op z’n einde lopen, werd verondersteld. Over het algemeen vullen nieuwe en bestaande technieken elkaar aan, en wordt de ene techniek nooit volledig vervangen door de andere. Zelfs het aloude terrestrische waterpassen wordt nog volop ingezet. Voor sommige inmetingen, bijvoorbeeld kleine bijhouding, klussen met een paar punten per locatie, heeft het geen zin om een drone de lucht in te sturen.”

“Neemt niet weg dat in de toekomst een groeiend aantal inmetingen met behulp van drones zal plaatsvinden, aangevuld met terrestrische waarnemingen. Voor de eerdergenoemde wens om over actuele data te beschikken, is dit een goede zaak.”

Arno Kijzerwaard, Leica: “De mogelijkheden die drones bieden zijn aanzienlijk. Drones bieden de mogelijkheid te meten met ongeveer GNSS-precisie van 3 centimeter, maar kunnen doordat ze vliegen gemakkelijk een immens gebied beslaan. In een vluchttijd van twintig minuten kan tussen de achttien en vijftig hectare gevlogen worden, afhankelijk van de overlap en vlieghoogte. Ook de combinatie met andere meettoepassingen zoals laserscanning, TPS- en GNSS-metingen is tegenwoordig veel eenvoudiger doordat alle verwerkingsmethoden samenkomen in software als Leica Infinity. Helaas kan er nog niet zomaar boven wegen, sporen en in de bebouwde kom gevlogen worden. De regelgeving is tegenwoordig al duidelijker, maar pas als er een manier gevonden wordt om veilig te vliegen in alle omstandigheden zal het gebruik van drones echt doorbreken.”

Stefan Naumann, Topcon: “Alle meettypes zijn ooit begonnen op de grond. Hoe het zich nu verder ontwikkelt, is sterk afhankelijk van hoe de mens in de toekomst met technologieën omgaat. Om een voorbeeld te geven, neem de hoeveelheid foto’s die we als mens elke dag verzamelen in een stedelijke omgeving. Deze foto’s zijn gemakkelijk te combineren en daarmee zijn kaarten van een stad te maken of bij te werken die bijvoorbeeld aangeven waar nieuwe infrastructuur is aangelegd.

De technologie is er, we moeten er gewoon goed en slim gebruik van maken. Dus gebruikmaken van data die door ons allemaal worden gecreëerd, zou in de toekomst heel normaal kunnen worden. Zo geldt dat ook voor de ontwikkelingen rondom de inzet van drones. De mate van acceptatie speelt een belangrijke rol, naast veiligheid en regelgeving. Dat zijn hierin eerder de remmende factoren dan de technologische ontwikkelingen.”

Comments are closed.