De mens centraal bij  overgang naar 3D

11 april 2019

What’s in it for me?

Jaren geleden riep ik dat de BGT verplicht 3D zou moeten zijn. Op basis van de reacties die ik toen kreeg, durf ik te stellen dat dit destijds geen populaire mening was. De BGT was immers al moeilijk genoeg, en een overstap naar 3D zou het alleen nog maar lastiger maken. Natuurlijk hadden de critici daarin gelijk. Mijn punt was en is echter dat als we toch iets nieuws moeten leren en moeten gaan doen, dat we dan net zo goed een stapje extra kunnen zetten…

Door Jan Blaauboer

Tot op heden is er, voor zover mij bekend, geen enkele richtlijn die 3D voor organisaties als gemeenten verplicht stelt. Daarom heb ik nu de neiging om te starten met ‘En dus...’ Want het is een feit dat de invoering van het ontwerpen in 3D en het hebben (en beheren) van 3D-stadsmodellen niet overal even hoog op de agenda staat.

Er zijn twee redenen die mij vaak worden gegeven voor het ontbreken van 3D in een organisatie. De eerste is dat 3D complex is en de tweede dat de medewerkers het niet willen. Dit zijn op zichzelf wellicht valide opmerkingen, maar als die leidend zijn binnen de beleidsvorming dan hebben ze wel een heel erg remmend effect op innovatie. En innovatie, daar heeft toch iedereen de mond van vol. Terecht ook, want stilstand is immers achteruitgang.

Verandering verkopen
Veel zaken die nieuw zijn, zijn in het begin moeilijk. En toch worden ook nieuwe zaken vaak genoeg gewoon opgepakt door mensen en organisaties. Ik geloof dan ook niet dat ‘het is moeilijk’ een goed argument is om de boel dan maar te laten voor wat het is. Waar ik wel in geloof is dat veranderen aan veel betrokkenen lastig te verkopen is. Zeker als bij een verandering geen aandacht besteed wordt aan het ‘what’s in it for me?’-aspect.

Dat laatste aspect is belangrijk, want het is mijn ervaring dat mensen best willen veranderen zolang ze maar goed begrijpen wat de voordelen van zo’n verandering zijn. En niet alleen voor de organisatie, maar met name ook voor henzelf. De meeste mensen vinden iets nieuws leren best waardevol. Het verhoogt immers hun marktwaarde. Met de nadruk op het feit dat we tegenwoordig allemaal langer moeten blijven werken, is het aanleren van nieuwe vaardigheden bovendien ook op elk moment in een carrière nog nuttig. Wie tegenwoordig bijvoorbeeld 55 is, moet niet denken dat hij zich kan drukken bij veranderingen en zijn tijd wel uit kan zitten terwijl hij vasthoudt aan zijn oude manier van werken. Wie nu 55 is, moet nog minimaal twaalf jaar werken en dat is lang genoeg om nieuwe kennis te vergaren en toe te passen. Het is gelijk het eerste antwoord op de ‘what’s in it for me?’-vraag.

 

Een 3D-model van een stad complex? Misschien, maar het is beter voor een organisatie en leuker voor de ontwerpers!

 

Organisatie vs individu
Af en toe hoor ik ook wel eens dat het voordeel van veranderen veel meer bij de organisatie ligt dan bij het individu. Het gebruik van een 3D-model bij het bouwen van een nieuwe weg met viaduct verlaagt de foutkans en biedt extra informatie omdat bijvoorbeeld het grondverzet direct uit het model gehaald kan worden, maar dat zijn meer voordelen voor de organisatie dan voor de ontwerper, zo wordt dan geclaimd. Ja, dat de organisatie erg veel voordeel heeft van deze aanpak, dat mag duidelijk zijn. Maar is het dan meteen zo dat de ontwerper er zelf niks aan heeft? Ik ontmoet zelden mensen die het leuk vinden fouten te herstellen en de kans dat dit moet gebeuren, is veel groter bij een 2D-model. Als routinetaken geminimaliseerd worden door het gebruik van 3D, dan wint toch iedereen? De meeste ontwerpers zijn helemaal niet enthousiast over dit soort werkzaamheden. Bovendien vinden ontwerpers het vaak ook gewoon mooi, om een eigen ontwerp dynamisch in 3D te kunnen zien en te kunnen benaderen. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die daar anders over dacht.

Ondersteuning
Een organisatie moet haar mensen niet alleen goed voorlichten over de voordelen van de transitie van 2D- naar 3D-ontwerpen, maar ook goed ondersteunen. Dit ondersteunen gaat daarbij verder dan alleen maar het beschikbaar stellen van een training. Het betekent ook dat de organisatie accepteert dat er extra ontwerptijd nodig is voor het eerste project dat helemaal in 3D wordt ontworpen. Er is nu eenmaal een leerperiode en dat betekent dat in die tijd wellicht wat meer fouten worden gemaakt en dat de planning niet helemaal wordt gehaald. Dit vraagt om begrip van het management en een langetermijnvisie. Bij het eerst project in 3D kost het ontwerpen misschien iets meer tijd, de aanpak levert wel tijdwinst op in de volgende fases. En iets als het verkleinen van de foutkans is ook van grote waarde voor een organisatie. 

Aandacht
Samengevat denk ik dus dat er geen goede redenen zijn om de overstap van 2D naar 3D tegen te houden. Het is misschien niet makkelijk om de stap te maken, maar als er aandacht is voor zowel de organisatie als de betrokken individuen, is het prima te doen. Begin eens met een klein project en accepteer als organisatie dat het meer tijd kost. Benadruk de voordelen voor alle partijen en zet daarbij vooral de mens op de eerste plaats. 3D-Software is immers slechts gereedschap, het zijn de mensen die het verschil maken! 

Jan Blaauboer is zelfstandig GeoBIM-adviseur

Comments are closed.